Jonge Franstalige vrouw met baan is minst tuk op covid-19-vaccin
Foto: put

De grote meerderheid van de Belgen vindt vaccinatie tegen infectieziekten nuttig. Maar het coronavaccin roept een pak meer weerstand op.

Zolang covid-19 een ver-van-hun-bedshow is, is de bereidheid van de Belgen om zich te laten vaccineren laag. Hoe dichterbij de ziekte komt – omdat ze zelf tot een risicogroep behoren of omdat ze iemand kennen die ziek werd – hoe groter de bereidheid. Dat blijkt uit een steekproef die de KU Leuven, UC Louvain en Universiteit Maastricht begin oktober afnamen bij 2.060 Belgen tussen 18 en 80 jaar.

De onderzoekers gingen na wat bepaalt of iemand wel of geen vaccin wil. Opleiding, kinderen hebben of een essentieel beroep uitoefenen spelen geen rol. Wel belangrijk is de mate waarin de mensen tevreden zijn over de manier waarop de regering de pandemie aanpakt. De tevreden mensen zijn drie keer meer bereid om zich te laten vaccineren. De Nederlandstaligen zijn 2,4 keer meer geneigd om zich te laten vaccineren dan de Frans­taligen.

Opmerkelijk is dat negen op de tien Belgen een vaccinatie tegen ­infectieziekten tamelijk tot zeer nuttig vinden. Toch wil 17 procent van hen zich niet tegen covid-19 ­laten vaccineren. Het gaat vooral om werkende Franstalige vrouwen onder de 54 jaar.

Volgens Roselinde Kessels, ­docente gezondheidseconometrie aan de Universiteit Maastricht, komt het verschil tussen Vlamingen en Walen door de manier waarop in de landsdelen gecommuniceerd wordt. De Walen staan hoe dan ook negatiever tegenover vaccinatie dan de Vlamingen.

De onder­zoekers concluderen dat communicatiecampagnes over de veiligheid en efficiëntie van het vaccin zich vooral moeten richten op mensen die het minste risico ­lopen op een ernstige vorm van ­covid-19.