Een op de vier is arbeidsongeschikt door psychosociale aandoening
Vooral bedienden, vrouwen en jongere werknemers vallen uit door burn-out, depressie of angststoornis.

Eén op de vier mensen die arbeidsongeschikt zijn, zit thuis door een psychosociale aandoening. Dat blijkt uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Voorts blijkt ook dat vooral vrouwelijke bediendes intreden in arbeidsongeschiktheid wegens burn-out, depressie of angststoornis.

Bij de intrede in arbeidsongeschiktheid ligt bij een op de vier een psychosociale aandoening aan de basis. Bij wie een halfjaar later nog thuis zit, is dat zelfs in 40 procent van de gevallen wegens een psychosociale aandoening. Nog een half jaar later, na een jaar arbeidsongeschiktheid, is dat nog steeds 4 op de 10.

Mensen met een depressie blijven gemiddeld 4 maanden thuis en mensen met een burn-out 3 maanden. Dat is langer dan bijvoorbeeld mensen in arbeidsongeschiktheid wegens hart- en vaatziekten. Wie lijdt aan een psychosociale aandoening, blijkt een langere tijd arbeidsongeschikt te zijn dan gemiddeld.

Professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis vreest dat het aantal arbeidsongeschikten nog zal stijgen in ‘deze onzekere tijden’. ‘Veel mensen hebben angst voor de toekomst, kunnen maar moeilijk om met de onzekerheid en ervaren veel stress’, stelt hij.

Bedienden, vrouwen en jongeren

Vooral bedienden worden arbeidsongeschikt door psychosociale aandoeningen. Bij bedienden beslaan psychosociale aandoeningen al bij intrede in arbeidsongeschiktheid ongeveer een derde van het totaal aantal diagnoses. Dat aandeel neemt toe tot 55 procent na een half jaar en dat blijft ook zo na een jaar. Dat is opmerkelijk hoger dan bij zelfstandigen en arbeiders.

Vrouwen worden in vergelijking met mannen harder getroffen door psychosociale aandoeningen. Zo krijgt 30 procent van de vrouwen bij de opstart van arbeidsongeschiktheid een psychosociale aandoening als diagnose, terwijl dat bij mannen slechts 19 procent is. Daarnaast blijven vrouwen langer thuis dan mannen.

Tot slot lijken jonge werknemers, tussen 20 en 40 jaar, meer vatbaar om thuis te zitten met een burn-out dan hun oudere collega’s. Maar zij gaan wel sneller weer aan de slag na een periode van arbeidsongeschiktheid door een psychosociale aandoening. Oudere werknemers zijn dus langer arbeidsongeschikt door een burn-out of depressie dan hun jongere collega’s.

De Onafhankelijke Ziekenfondsen bevroegen voor deze studie ongeveer 60.000 leden tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018. Zij werden voor deze studie opgevolgd tot eind 2019.