Trouwen? Proefdraaien loont
Foto: Getty Images/EyeEm Premium

Kennen gemengde koppels even veel huwelijksgeluk als niet-gemengde? Ja, als ze vooraf ongehuwd samenwoonden.

Partners uit verschillende herkomstgroepen hebben doorgaans een hogere kans om uit elkaar te gaan. Dat was lang de gangbare overtuiging, gestoeld op wetenschappelijk onderzoek. De realiteit is genuanceerder en zelfs hoopvoller, ontdekten de sociologen Layla Van den Berg en Dimitri Mortelmans (Universiteit Antwerpen). Zij keken naar de evolutie in de relationele status van 30.000 koppels nadat ze in 1999 tot 2001 waren gehuwd of zijn gaan samenwonen.

Opvallend: de kans dat het huwelijk van een gemengd koppel op de klippen loopt, is niet groter dan bij koppels met dezelfde achtergrond. Er is wel een voorwaarde aan verbonden:ze moeten eerst ongehuwd hebben samengewoond. ‘Voor koppels waar een van de partners van Zuid-Europese, Marokkaanse, Congolese, Burundese of Rwandese afkomst is, zien we dat de verschillen in “huwelijksgeluk” verdwijnen in vergelijking met niet-gemengde koppels’, zegt Van den Berg. ‘Voor koppels met een Turkse partner zien we zelfs dat de gemengde koppels in vergelijking met niet-gemengde koppels lagere ontbindingskansen hebben als ze eerst samengewoond hebben.’

Samenwonen kan dus logischerwijs gezien worden als een soort proefhuwelijk: partners kunnen nagaan of ze bij elkaar passen en dat zonder langetermijninvesteringen. De sterkste koppels blijven over en huwen.

Dat deze gemengde koppels vaker ‘sterk’ blijken, heeft er volgens Van den Berg en Mortelmans mogelijk mee te maken dat wie samenwoont, minder druk of negatieve reacties ervaart in zijn omgeving omdat het een minder definitief alternatief is voor het huwelijk.