Akkoord over betonstop: Vlaamse regering raakt niet aan vergoeding grondeigenaars

De meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement zijn het eens over een aanpassing van het Instrumentendecreet, dat de bouwshift – in de volksmond bekend als de ‘betonstop’ – moet begeleiden.

Het decreet raakte begin dit jaar in het slop na een hoorzitting waaruit bleek dat het belangrijkste onderdeel, de nieuwe planschaderegeling, onbetaalbaar dreigt te worden voor de gemeenten. Volgens het decreet moeten eigenaars vergoed worden volgens de huidige marktwaarde van hun grond als ze het recht verliezen om erop te bouwen. Volgens de Antwerpse professor Tom Coppens zou dat tot 31 miljard euro kosten. Daarnaast bestonden er bezwaren tegen een aantal andere instrumenten. De meerderheid en de oppositie waren het eens om het decreet aan te passen en hebben daar nu een akkoord over bereikt.

Wat is er veranderd?

Niet bijzonder veel. Aan de regel dat eigenaars volgens de marktwaarde vergoed moeten worden, verandert niets. Dat principe stond ook in het regeerakkoord. Pleidooien om een goedkopere regeling uit te werken zijn niet gevolgd.

Er worden wel dertien parameters ingevoerd waarmee de Landcommissies, die de vergoedingen moeten bepalen, de waarde van een grond beter kunnen inschatten. Het gaat dan om vragen over de bestemming (bouwgebied of woonuitbreidingsgebied), watergevoeligheid, verder dan 50 meter van de weg of niet, uitgeruste weg of niet ... Afhankelijk van die parameters kan de prijs fors verschillen.

Maakt dit de bouwshift betaalbaar?

De meerderheidspartijen geloven dat kostprijs lager zal uitvallen als die op basis van de nieuwe parameters wordt berekend, ook al is er ten gronde niets veranderd. Een bedrag daarvoor is er nog niet. Hoe dan ook blijven de gemeenten verantwoordelijk. Zij zullen de planschade moeten betalen. Als de kostprijs zeer hoog is/blijft, zullen ze allicht terugschrikken om ingrepen voor een bouwshift te doen die ze niet kunnen betalen.

Wat met de woonreservegebieden?

Woonreservegebieden zijn gebieden die aansluiten bij woongebied, maar het nog niet zijn. De Vlaamse meerderheidspartijen willen ze beschermen. Ze worden onder een zogenaamde stolp gezet, waardoor ontwikkelaars ze niet zomaar kunnen aansnijden. Gemeenten krijgen de regie in handen en beslissen zelf of de gronden voldoende goed gelegen zijn om ze te laten ontwikkelen.

De vraag is hoe ontwikkelaars reageren als hun grond onder een stolp terechtkomt, maar de bestemming niet wordt gewijzigd en ze geen recht hebben op een planschaderegeling.

Wat verandert nog?

Een aantal andere nieuwigheden uit het decreet zijn geschrapt door juridische problemen, bijvoorbeeld de tijdelijke zonevreemde activiteiten in landbouwgebied, de zogenaamde contractconvenanten, verhandelbare bouwrechten, de planbaten wanneer een eigenaar meer ontwikkelingsrechten krijgt zoals het bouwen van extra bouwlagen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig