‘Doodsvonnis Djalali is niet onvermijdelijk’
Ahmadreza Djalali, de Iraans-Zweedse spoedarts die ook gastdocent was aan de VUB. Foto: Belga

Wat kan het leven van dokter Djalali (49) nog redden? Een louche gevangenenruil, of toch een mediatieke campagne?

Het worden uitputtende dagen voor de familie van de Iraans-Zweedse spoedarts Ahmadreza Djalali, die ook gastdocent was aan de VUB. Deze week raakte bekend dat Iran hem, na een ­uiterst dubieuze veroordeling ­wegens ‘spionage’, nog deze maand zou executeren.

Iraanse dissidenten halen fel uit naar de Iraanse ‘gijzelaars­diplomatie’. Kylie Moore-Gilbert, een Australisch-Britse academica, kwam deze week na twee jaar vrij uit haar Iraanse cel – blijkbaar in ruil voor drie Iraniërs die in Thailand waren veroordeeld in een bommencomplot. Dokter Djalali mocht in september vanuit de ­gevangenis een audioboodschap versturen waarin hij zegt dat ‘ze het probleem willen oplossen als Zweden beslist me te helpen – praktisch, niet alleen verbaal’.

De Iraanse justitie is daarmee duidelijk niet zo onafhankelijk als haar regime stelt. Maar wat Teheran precies wil bereiken met de dreigende executie, is voer voor speculatie. Gaat het om financiële eisen, of is er een verband gegroeid met de Iraanse spion Assadollah A. die sinds vrijdag terechtstaat in Antwerpen? (zie hiernaast)

‘Djalali’s terechtstelling is niet onvermijdelijk’, zegt Mansoureh Mills, Iran-onderzoekster van Amnesty International, aan De Standaard. ‘Een combinatie van druk via de media, invloedrijke regeringen en interventies vanuit de VN over een lange periode kan de zaken veranderen.’

Mills verwijst naar het voorbeeld van Nazanin Zaghari-Ratcliffe (42), een Brits-Iraanse hulpverleenster die net als Djalali in 2016 door Iran werd gearresteerd wegens ‘spionage’. Dit voorjaar werd haar celstraf alvast tijdelijk veranderd in huisarrest bij haar ouders in Teheran. ‘Dat lijkt niet echt op een “win’’, maar het is een stap in de goede richting en die zou niet zijn bereikt als haar echtgenoot niet onophoudelijk campagne had gevoerd’, meent Mills.

In de ogen van mensenrechtenorganisaties komt het er, kortom, op aan Iran een spiegel voor te houden. Als de Iraanse justitie en rechtspraak zo onafhankelijk en rechtvaardig zijn als Teheran zelf stelt, waarom worden beschuldigingen van foltering en gedwongen bekentenissen dan niet onderzocht? En waarom duiken steeds weer louche deals op als buitenlanders en ‘dubbele nationaliteiten’ vaak na jaren worden vrijgelaten?

‘Bij de vrijlating van Kylie Moore-Gilbert kunnen wij geen commentaar geven op enig akkoord dat bereikt zou kunnen zijn tussen regeringen’, stelt Mills voorzichtig. De ‘bezorgdheid’ van AI gaat wel uit naar het feit dat Moore-Gilbert onrechtmatig was gevangengezet, geen rechtvaardig proces had ­gekregen en stelt dat ze gefolterd werd. ‘Die beschuldigingen moeten onafhankelijk en effectief worden onderzocht door de Iraanse autoriteiten’, zegt Mills. ‘En de verantwoordelijken moeten dan een fair proces krijgen.’