Horeca betaalt voor muziek die niet gedraaid is
Foto: BELGAIMAGE

Zelfs al ­zullen de cafés dit jaar in ­totaal vijf maanden gesloten zijn, toch betalen ze bijna de volle pot aan auteursrechten.

Dat de cafés en restaurants dit jaar nog de deuren openen, is onwaarschijnlijk. De eerste lockdown (van half maart tot begin juni) meegerekend, zullen ze dit jaar zo’n vijf maanden gesloten zijn. En hebben ze dus ook geen (live)muziek gespeeld in hun zaak.

Toch moeten zij ook dit jaar vrijwel de volledige auteursrechtenvergoeding ­betalen aan Unisono, het inningsplatform van onder meer de auteurs­vereniging Sabam. Unisono biedt de horecazaken momenteel slechts een ‘solidariteitskorting’ van één maand aan op het jaarforfait.

‘Het is heel vreemd dat onze leden auteursrechten moeten betalen voor de maanden waarop ze verplicht gesloten zijn’, zegt Matthias De Caluwe van Horeca Vlaanderen. ‘We willen een factuur die op een eerlijke en objectieve manier berekend wordt’, vult Pierre Poriau van de Fédération ­Horeca Wallonie aan.

Federale tussenkomst

De Vlaamse, Waalse en Brusselse horecafederaties hebben volgende week overleg met Unisono. ‘Ik wil daar niet op vooruitlopen, omdat we het overleg alle kans op slagen ­willen geven’, zegt Olivier Maeterlinck van Unisono. ‘Horeca­zaken betalen elk jaar een forfaitbedrag. In april zijn we al overeengekomen dat ze voor één maand geen auteursrechten moesten betalen. We hebben zeker begrip voor het feit dat ze langer moesten sluiten dan die ene maand. Anderzijds zijn ook de auteurs en musici ontzettend hard getroffen. Ook zij hebben al heel veel inkomsten zien wegvallen.’

Zijn het dan de horecazaken die daarvoor moeten opdraaien? Maeterlinck: ‘We hopen dat we de federale regering zo ver krijgen dat de auteurs en artiesten gecompenseerd worden voor het verlies aan auteursrechten. We willen die steunaanvraag het liefst ­samen met de horecasector ­indienen.’

De Caluwe van Horeca Vlaanderen blijft hopen op ­begrip. ‘Leidt het overleg van volgende week niet tot een oplossing, dan zullen we bekijken op welke andere manier we de rechten van onze leden kunnen verdedigen.’