België vraagt Iran af te zien van executie VUB-professor Djalali
Foto: jhp

Amnesty International vreest dat de opgesloten Iraans-Zweedse spoedarts Ahmadreza Djalali snel geëxecuteerd zal worden. Na Zweedse druk waarschuwde Iran voor inmenging. Nu roepen ook Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès (MR) en Vlaams minister-president Jan Jambon op om de doodstraf niet uit te voeren.

De Iraans-Zweedse wetenschapper en gastdocent aan de VUB, Ahmadreza Djalali, dreigt binnen de week geëxecuteerd te worden. Dat meldt Amnesty International op basis van een brief van de Iraanse autoriteiten. Dinsdag telefoneerde Djalali met zijn vrouw om ­afscheid te nemen. Hij werd in eenzame opsluiting geplaatst en er was een overbrenging naar de ­gevangenis van Karaj gepland. Daar worden executies voltrokken.

‘Dat is zeer alarmerend’, zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen. ‘We roepen de beleidsmakers op om zich zo snel mogelijk uit te laten over deze zaak. Het is urgent.’

Het kabinet van minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès (MR) roept Iran op de doodstraf van Ahmadreza Djalali niet uit te voeren en heeft die boodschap overgemaakt aan de Iraanse ambassadeur in ons land. Dat heeft minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès (MR) woensdag verklaard. Ook Vlaams minister-president Jan Jambon gaat er bij de Iraanse autoriteiten op aandringen om de doodstraf van professor Ahmadreza Djalali niet uit te voeren. Jambon vraagt de vrijlating van de wetenschapper. Dat heeft het kabinet-Jambon woensdag aan Belga laten weten.

De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Ann Linde liet gisteren weten dat ze getelefoneerd heeft met haar Iraanse ambt­genoot om te voorkomen dat de doodstraf voltrokken zou worden. Djalali is een Zweedse staatsburger.

Daarop reageert Iran nu openlijk: ‘De Iraanse rechterlijke macht is onafhankelijk’, zegt de woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Elke inmenging in de uitvoering van rechterlijke beslissingen wordt verworpen als onaanvaardbaar.’ Volgens de Iraniërs is de informatie van de Zweden over de situatie van Djalali ‘onvolledig en fout’. ‘Hij is opgesloten voor het plegen van veiligheidsmisdrijven.’

‘Grote zorgen’

Al meer dan vier jaar zit Djalali in een Iraanse cel, nadat hij in oktober 2017 veroordeeld werd voor ­samenwerking met vijandelijke staten en activiteiten tegen de Iraanse nationale veiligheid. Het ging om een schijnproces, zonder harde bewijzen. Maar ondanks felle internationale kritiek werd zijn doodstraf nooit ingetrokken.

De voorbije jaren waren er verscheidene verontrustende signalen over het lot van Djalali. De nieuwe berichten doen alle alarmbellen afgaan. ‘We maken ons grote zorgen’, zegt zijn collega Gerlant Van Berlaer. Hij is als spoedarts verbonden aan het UZ Brussel. ‘Al weten we niet waarom Iran nu deze beslissing genomen heeft.’

In een gesprek met onze krant sprak Vida Mehrannia, de vrouw van Djalali, onlangs haar vermoeden uit dat haar echtgenoot ‘een drukkingsmiddel is voor enkele levensnoodzakelijk economische deals en om een aantal gevangenen in Europese cellen een strafvermindering of vrijlating te bezorgen’.

Vrijdag start een proces tegen een Iraanse diplomaat die hier in de cel zit. Het is niet duidelijk of de twee zaken gelinkt zijn.