Zuurstof toedienen aan donornieren leidt tot minder afstoting
Foto: BELGAIMAGE

Voordat donornieren getransplanteerd worden naar een nieuw lichaam, hebben ze baat bij extra zuurstof. Dat blijkt uit onderzoek van UZ Leuven, UMC Groningen en Oxford University. De onderzoekers toonden aan dat nieren die zuurstof hadden gekregen, een jaar na de transplantatie veel minder worden afgestoten en vaker overleven.

Is het toedienen van zuurstof aan een donornier gunstig voor het orgaan? Vroeger onderzoek heeft namelijk al aangetoond dat zuurstofgebrek een belangrijk probleem is bij transplantaties, onderzoekers wilden nu ook een antwoord krijgen op deze vraag.

De teams van de drie universiteiten zijn dat nagegaan door de twee nieren van elke donor aan twee verschillende ontvangers te geven: de ene nier kreeg extra zuurstof toegediend, de andere niet. Een jaar na de transplantatie werd de nierfunctie van de ontvanger gemeten door te kijken hoeveel bloed de nier per minuut kon zuiveren.

Wat bleek? ‘Toen we keken naar de nieren die in dat jaar helemaal niet meer functioneerden en daarom ‘verloren’ waren, of acute afstotingsverschijnselen vertoonden, was er een verschil’, zegt professor Ina Jochmans, transplantatiechirurg in UZ Leuven. ‘Het relatieve risico op acute afstoting was met bijna de helft verminderd in nieren die zuurstof hadden gekregen, en het nierverlies was sterk verminderd.’ Als beide nieren van dezelfde donor na een jaar nog goed functioneerden, was er geen significant verschil op te merken in nierfunctie tussen de twee nieren.

Voor patiënten die een niertransplantatie nodig hebben, is dit een grote stap voorwaarts, besluiten de onderzoekers.