Opinie Plagiaat

Walter Van Beirendonck heeft zélf veel gestolen

Walter Van Beirendonck heeft Louis Vuitton-hoofdontwerper Virgil Abloh beschuldigd van diefstal. Dat vindt Ruba Abu-Nimah hypocriet. Zijn hele carrière is gebaseerd op culturele toe-eigening.

Na de show van Louis Vuitton in augustus werd Virgil Abloh aangevallen vanwege plagiaat en culturele toe-eigening – nog maar eens (DS 14 augustus). Deze keer was het door Walter Van Beirendonck, de gevierde Belgische ontwerper, lid van de Zes van Antwerpen en docent aan de prestigieuze Koninklijke Academie voor Schone Kunsten aldaar.

Ook ik heb al kritiek gehad op enkele werken van Virgil Abloh, maar dat zinkt in het niet bij deze evidente hypocrisie en valse redenering. Of er grond is voor de klachten van Walter Van Beirendonck, daar spreek ik me niet over uit, maar dat hij Abloh beschuldigt van diefstal en toe-eigening, is de meest absurde, schijnheilige, zelfingenomen en wereldvreemde reactie in tijden. Ik ken weinig ontwerpers die meer gestolen hebben dan Van Beirendonck. En de manier waarop hij diefstal pleegt, is des te flagranter, omdat ze getuigt van racisme en kolonialisme. Zijn hele carrière is gebaseerd op culturele toe-eigening en een koloniale blik.

Een witte man die er een zwarte man van beschuldigt zich een stuk zwarte cultuur toe te eigenen dat die witte man voordien al gestolen had, het is lachwekkend mocht het niet zo tragisch zijn.

Peniskoker

Zijn hele carrière heeft Van Beirendonck geput uit de symboliek van Afrika, Zuid-Amerika, Japan en elders – bonter en openlijker dan je het kunt bedenken. Neem FW89/99, zijn collectie geïnspireerd op de cultuur en de bevolking van Papoea-Nieuw-Guinea. Datzelfde jaar publiceerde hij een stripverhaal met de titel King Kong Kook, waarin het personage van Walter een peniskoker draagt zoals de Papoea’s. In SS01 presenteerde hij een collectie met gezichtstatoeages, ook geïnspireerd op, u raadt het, de Papoea’s, en op de Maori uit Nieuw-Zeeland en de Noeba uit Soedan. Ter illustratie van zijn inspiratiewereld heeft hij trouwens ook beelden van Leni Riefenstahl gebruikt, zelf een nogal controversiële figuur die nazipropaganda verfilmde voor Hitler.

In 1994 verwees Van Beirendonck naar Boliviaanse duivelsmaskers en het Carnaval van Oruro, bekend om zijn duivelsdansen die refereren aan de invoer van Afrikaanse slaven naar Zuid-Amerika. In 2006 waren er knipogen naar de Rapa Nui-sculpturen van Paaseiland. In 2011-2012 naar de Pende-stam uit de Democratische Repu­bliek Congo en naar de Pueblo-indianen. Enzoverder enzovoort.

Merci en de kost, Congo

Wil u daar graag wat historische context bij? Van Beirendonck is een Belg, en België maakt geen al te goede beurt als het aankomt op kolonialisme. Tussen 1885 en 1908 beging België gruwelijke misdaden tegen de inheemse bevolking van Congo. Onder het wrede regime van koning Leopold II lieten miljoenen mensen het leven, hetzij door hongersnood, executies, verminking en onmenselijke arbeidsomstandigheden, hetzij door de vele ziektes die de Europese kolonisten meebrachten naar het land. Om een lang verhaal kort te houden: onder Belgisch bewind werden het land en zijn volk kaalgeplukt en uitgevaagd.

‘Nog voor die van Hitler was er deze holocaust’, schreef historicus Robert Weisbord in 2003. ‘Wat er daar gebeurde in het hart van Afrika, was van een genocidaire dimensie lang voor ‘genocide’ een al te vertrouwde term werd.’ Dat zegt genoeg.

Een groot stuk van mijn tiener­jaren heb ik in België doorgebracht. Vanop de eerste rij heb ik kunnen zien hoe vooroordelen tegenover minderheden sociaal aanvaardbaar zijn in het land (natuurlijk is dat niet alleen zo in België). Mensen uit Centraal- en Noord-Afrika werden beschouwd als tweederangsburgers en in die tijd werden er geen vragen gesteld bij dat Belgische verleden van genocide en moord.

Dankzij de Black lives matter-beweging zijn mensen in België de koloniale geschiedenis van hun land gaan herbekijken, en standbeelden van koning Leopold II zijn van hun sokkel gevallen. Als artiest en pedagoog heeft Van Beirendonck een verantwoordelijkheid om deel te nemen aan dat collectieve zelfonderzoek. Ontwerpers uit koloniserende staten zoals België hebben de cultuur van hun voormalige kolonies als handelswaar herverpakt en verkocht voor eigen profijt. De reputatie die Van Beirendonck zo heftig verdedigt, is deels verworven op de kap van die uitbuitingsrelatie.

Wacht, wat?

Voilà, wat culturele en historische context bij Van Beirendoncks palmares. Hij is 63 nu en wellicht een beetje vastgeroest; zo heel ‘woke’ zal hij niet zijn. Maar hij heeft wel degelijk toegang tot het internet en hij geeft les aan jongvolwassenen, dus mogen we ervan uitgaan dat hij zich bewust is van hoe het eraan toegaat in de wereld, op politiek en sociaal vlak. En als zelfs Van Beirendonck in zijn eigen xeno­fobe bubbel leeft, wat dan met al die anderen?

Zodra de ontwerper met zijn aanklacht naar buiten kwam, sprongen de gebruikelijke internetkanalen erop – altijd hetzelfde liedje. Wat me nog het meest trof: een stuk van 13 augustus in The New York Times getiteld ‘Belgische ontwerper beschuldigt Virgil Abloh van kopieergedrag. Nog maar eens.’

En dan zijn uitspraken. ‘Het is heel duidelijk dat Virgil Abloh geen ontwerper is’, liet Van Beirendonck optekenen in een Belgische publicatie die aangehaald werd door de Times. ‘Hij heeft geen eigen taal, geen visie. Seizoen na seizoen iets creëren uit zichzelf, dat kan hij niet, en dat is pijnlijk.’

Wacht, wat?

Volgens de krant heeft Van Beirendonck niet gereageerd op haar aanvraag voor een interview. Maar geen krant – of welke journalist dan ook – heeft toch een interview nodig om vraagtekens te plaatsen bij een oeuvre dat barst van de toe-eigeningen van zwarte cultuur en geschiedenis, zoals dat van hem? Helaas verzuimde de krant dat te doen. Sint-Walter werd op zijn woord geloofd, en eens te meer was Virgil Abloh de schuldige.

Ik ben hier niet om de ene ontwerper boven de andere te verheffen, noch om te beoordelen of Abloh al dan niet Van Beirendonck geplagieerd heeft. Maar de carrière van Van Beirendonck onbesproken laten, is wel het toppunt van hypocrisie.

© Highsnobiety

(Lees hier het volledige artikel van Highsnobiety.)

(Lees hier het nieuws artikel.)

Ontwerpers uit landen als België hebben de cultuur van hun voormalige kolonies als handelswaar verpakt en verkocht voor eigen profijt

Niet te missen