Huisbezoeken blijven verboden: ‘Onbegrijpelijk dat hoogdringendheid niet wordt erkend’
Foto: Jimmy Kets

Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele begrijpt niet dat de Raad van State oordeelde dat er geen sprake is van hoogdringendheid bij de zaak die de immosector aangespannen heeft tegen het verbod op plaatsbezoeken. Dat is ‘onbegrijpelijk en tart alle verbeelding’, aldus de minister. Huisbezoeken kunnen voor heel wat mensen noodzakelijk zijn omdat ze snel moeten verhuizen, klinkt het.

De Raad van State verwierp vrijdag twee vorderingen tot schorsing ‘bij uiterst dringende noodzakelijkheid’ vanwege de immosector. Het hoogste administratieve rechtscollege van het land oordeelde dat er geen sprake was van hoogdringendheid. Bijgevolg blijft het verbod op plaatsbezoeken van immokantoren met kandidaat-kopers en -huurders staan.

‘Ik spreek me niet uit over de zaak ten gronde. Maar dat de hoogdringendheid niet wordt erkend is onbegrijpelijk en tart alle verbeelding. Men heeft hier blijkbaar geen notie van wat er gebeurt op het terrein’, zegt de N-VA-minister in een korte reactie.

Dringend verhuizen

‘Voor heel wat mensen zijn die huisbezoeken broodnodig omdat ze effectief dringend moeten kunnen verhuizen. Denk maar aan mensen die te maken krijgen met intrafamiliaal geweld of dreigende CO-vergiftiging’, aldus Diependaele. ‘Ik vraag me oprecht af hoe de raadsheren en -dames kunnen uitleggen dat zoiets niet hoogdringend zou zijn?’

Toen eind vorige maand op het Overlegcomité de beslissing viel rond strengere maatregelen tegen covid-19, was het eerst niet duidelijk of plaatsbezoeken met kandidaat-kopers en -huurders nog mogelijk waren. Enkele dagen later, bij het ingaan van de lockdown, verduidelijkte minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) dat plaatsbezoeken uit den boze zijn.