Boekenbon Literatuurprijs voor Oek de Jong
Oek de Jong. Foto: katrijn van giel

De eerste Boekenbon Literatuurprijs gaat niet naar Charlotte Van den Broeck of Koen Sels, de outsiders op het lijstje, maar naar gevestigde waarde Oek de Jong.

De Boekenbon Literatuurprijs, dat zegt u misschien niet meteen iets, maar dat is de prijs die in een ver verleden door het leven ging als de Ako Literatuurprijs. De eerste editie onder die naam gaat naar Oek de Jong (68) voor zijn roman Zwarte schuur. De Jong haalt het van vier andere genomineerden: Stephan Enter met Pastorale, Marcel Möring met Amen, Charlotte Van den Broeck met Waagstukken en Koen Sels met Gloria – drie gevestigde Nederlandse namen en twee spannende jonge Vlaamse stemmen. Daarmee gaf de jury blijk van enige zin voor avontuur, al kwam er ook kritiek op de door mannen gedomineerde shortlist, en op de overwegend mannelijke en homogeen witte samenstelling van de jury. ‘Nu het literaire veld zo is veranderd dat de helft van de sterke romans toch echt door vrouwen is geschreven, kunnen ook de prijzen immers eindelijk wel eens naar vrouwen gaan’, schreef de Leidse hoogleraar Yra van Dijk op Facebook.

De grote drie

In Zwarte schuur voert Oek de Jong Maris Coppoolse ten tonele, een kunstenaar op het toppunt van zijn kunnen: hij krijgt een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam en de internationale pers schrijft lovend over zijn werk. Net nu hij helemaal geslaagd lijkt te zijn, wordt hij ingehaald door zijn verleden. Een tijdschrift onthult onder de titel ‘Levenslang’ de diepste oorsprong van zijn kunstenaarschap: het verhaal over hoe hij als 14-jarige betrokken was bij de dood van een meisje in een zwart geteerde schuur op Zuid-Beveland. Dat bepalend moment zadelde hem op met een schuld waar hij de rest van zijn leven onder gebukt gaat. Wat doet het met je als je eeuwig op de vlucht bent voor een schuldgevoel dat je niet kunt ontlopen? Maris’ bestaan davert op zijn grondvesten, ook al omdat zijn na twintig jaar verkilde huwelijk op springen staat.

‘Een roman over de lange tentakels van schuld en de zinderende kracht van een grote liefde’, noemde journaliste Jelle Van Riet Zwarte schuur in een interview met Oek de Jong in De Standaard der Letteren. ‘Een boek waarin hij zijn geliefkoosde thema’s bestrijkt: uit gekwetstheid en woede voortvloeiend geweld, de duistere kant van erotiek, en intimiteit’. Zelf zegt De Jong daarover in datzelfde interview: ‘Uiteindelijk ben ik als een Griekse tragedieschrijver op zoek naar iets wat drama creëert en dan kom je algauw bij de grote drie: seks, geweld en dood. Drama maakt afdaling mogelijk en dat is waar ik obsessief op uit ben: ik wil zo ver mogelijk afdalen in de krochten van de menselijke geest om iets boven water te halen waarvoor men doorgaans wegloopt. Ik wil voorbij het gangbare waarin mensen gevangenzitten.’

Daarmee heeft hij duidelijk diepe indruk gemaakt op de jury. ‘Met zijn geconcentreerde, sterk psychologische aanpak heeft Oek de Jong een mens en een decor neergezet die de lezer moeiteloos opeisen en dwingt hem daarmee om na te denken over de dunne lijn tussen seksualiteit en agressie, mannelijke identiteit en de al dan niet genezende kracht van kunst’, zo stelt ze in haar juryrapport.

Nieuwe adem

Een snelschrijver is De Jong allerminst. Hoewel hij al decennia meedraait in de literaire wereld – hij debuteerde in 1979 met Opwaaiende zomerjurken – is hij met Zwarte schuur nog maar aan zijn vijfde roman toe. Daarnaast schreef hij ook verhalen en essays. Na een lange stille periode tussen 1985 en 1995 vond hij een nieuwe adem. Hij werkte acht jaar aan zijn vorige roman, het vuistdikke magnum opus Pier en oceaan (2012), waarvoor hij onder meer werd bekroond met de Gouden Uil Literatuurprijs. De bekroning met de Boekenbon Literatuurprijs voor Zwarte schuur levert hem een prijzengeld van 50.000 euro op.