Ook deze Amerikaanse presidenten werden niet herkozen
Donald Trump. Foto: AFP

‘Een chaotische ambtstermijn eindigt met een zeldzaam verlies van een zittende president.’ Zo berichtte The New York Times vanochtend over de nederlaag van Donald Trump. Hoe zeldzaam is zo’n niet-herkiezing?

Donald Trump is de eerste zittende president sinds 1992 die erin niet in slaagt om ‘four more years’ toe te voegen aan zijn presidentschap. Begin jaren 90 lukte het George Bush senior ook niet om een tweede ambtstermijn binnen te halen. Trump wordt zo toegevoegd aan een rijtje met intussen elf presidenten die niet herkozen raakten.

Er zijn dus tien presidenten voor hem die na een eerste verkiezing geen verlengd verblijf in het Witte Huis konden verzilveren. Gerald Ford vormt weliswaar een uitzondering. Hij was vicepresident onder Richard Nixon die in 1974 opstapte na het Watergate-schandaal. Ford werd zo automatisch doorgeschoven als nieuwe president. Twee jaar later stelde hij zich officieel kandidaat, maar moest hij de duimen leggen tegen Jimmy Carter.

Grover Cleveland is een andere uitzondering. Hij werd in 1884 president van de Verenigde Staten en verloor als zittende president vier jaar later de race naar het Witte Huis. In 1892 probeerde Cleveland echter opnieuw en won hij dit keer wel het presidentschap. Hij is de enige president in de Amerikaanse geschiedenis die twee niet-opeenvolgende ambtstermijnen vervulde. Uit de entourage van Donald Trump valt momenteel te horen dat de huidige zittende president in 2024 een nieuwe gooi zal doen naar het presidentschap.

Vroegtijdig gestorven

Daarnaast zijn er ook heel wat presidenten die het bewust bij een ambtstermijn hielden. John Tyler (president van 1841 tot 1845), James K. Polk (1845-1849), Millard Fillmore (1850-1853), Franklin Pierce (1853-1857), James Buchanan (1857-1861), Andrew Johnson (1865-1869), Rutherford B. Hayes (1877-1881) en Chester A. Arthur (1881-1885) stelden zich geen tweede keer kandidaat of werden niet genomineerd door hun partij.

Tot slot zijn er nog de presidenten die geen kans kregen op een verlengd verblijf in The Oval Office omdat ze vroegtijdig stierven. William Henry Harrison (4 maart tot 4 april 1841), Zachary Taylor (4 maart 1849-9 juli 1850) en Warren G. Harding (4 maart 1921-2 augustus 1923) stierven een natuurlijke dood tijdens hun eerste ambtstermijn. Abraham Lincoln (1861-1865), James A. Garfield (4 maart-19 september 1881), William McKinley (1897-1901) en John F. Kennedy (1961-1963) werden vermoord.

De elf presidenten die zich opnieuw verkiesbaar stelden, maar geen tweede keer president werden:

John Adams (president van 1797 tot 1801)

John Quincy Adams (1825-1829)

Martin Van Buren (1837-1841)

Grover Cleveland* (1885-1889)

Benjamin Harrison (1889-1893)

William H. Taft (1909-1913)

Herbert Hoover (1929-1933)

Gerald R. Ford* (1974-1977)

Jimmy Carter (1977-1981)

George H.W. Bush (1989-1993)

Donald Trump (2016-2020)