Het aantal gemelde positieve tests daalt voor het eerst sinds het begin van de tweede golf, maar het aantal doden schiet de hoogte in. Dat blijkt uit een update van het Crisiscentrum.

‘Het aantal besmettingen stabiliseert, het aantal opnames in het ziekenhuis stijgt, maar minder snel. Dat doet iedereen plezier’, begint Yves Van Laethem, de Franstalige woordvoerder van het Sciensano, de persconferentie.

Tegelijk waarschuwt hij meteen: ‘Maar de vertraging is niet voldoende. We kunnen nog niet tevreden zijn, we moeten verdergaan om het aantal gevallen drastisch te doen dalen.’

En ook Steven Van Gucht, de Nederlandstalige viroloog van Sciensano zei: ‘Laat er geen twijfel over bestaan dat we de strengste maatregelen moeten aanhouden. Als we dat doen, kunnen we de komende weken onder de maximumcapaciteit van onze ziekenhuizen blijven.’

Intensieve zorg

De daling van het aantal besmetting bedraagt 4 procent. Van Laethem verwijst wel naar de andere teststrategie: sinds 21 oktober worden mensen zonder symptomen niet meer geteld. ‘Toch zien we ook een daling bij mensen met symptomen’, zegt Van Gucht. Vooral in Brussel en Vlaams-Brabant daalt het aantal gevallen, maar ook in Luik, Antwerpen en Limburg is dat het geval. De stijging vertraagt in de rest van het land.’

Het goede nieuws geldt niet voor de meest kwetsbare groep: de ouderen. Daar is wel nog steeds een toename van het aantal besmettingen.

In totaal liggen nu 7.485 mensen in het ziekenhuis, van wie 1.351 mensen op intensieve zorg. ‘We verwachten dat het aantal mensen op intensieve zorg verder zal stijgen de komende dagen. Hopelijk blijven we onder de maximumcapaciteit van 2.000 bedden.’ Hoewel het aantal ziekenhuisopnames minder snel stijgt (plus 26 procent), werd gisteren wel een recordaantal van 877 nieuwe patiënten opgenomen.

De overlijdens blijven verder toenemen: gemiddeld 136 overlijdens per dag, met een uitschieter van 178 op vrijdag 30 oktober.

Verluchten en ventileren

Van Laethem ging dieper in op de verspreiding van het virus via aerosol (microscopisch kleine druppels in de lucht). ‘Het is duidelijk dat het mogelijk is, hoewel het lang onwaarschijnlijk leek.’ Volgens Van Laethem is het daarom belangrijk om thuis te werken, het mondmasker te dragen en huizen en gesloten ruimtes te ventileren. ‘Mondmasker kunnen ook helpen tegen aerosols, omdat grotere druppels snel verkleinen en verdampen eens ze in de lucht komen’, verduidelijkt Van Gucht nog. ‘Als de grote druppels opgevangen worden door ons masker hebben ze de kans niet om in aerosols te veranderen. Een goede isolatie is ook belangrijk om aerosols af te voeren. Een voortdurende verluchting is beter dan regelmatige ventilatie. Kan dat eerste niet, dan is ventileren het best met twee ruiten tegenover elkaar voor minstens vijf minuten open. Regelmatig tafels en klinken ontsmetten blijft nodig, net als je handen regelmatig wassen.’

Van Laethem waarschuwde ook om de toiletbril steeds te sluiten voor u doortrekt.