Reddingswerkers hebben dinsdag nog een kind gered uit het puin in de Turkse havenstad Izmir, bijna vier dagen na de dodelijke aardbeving. Die eiste tot dusver honderd dodelijke slachtoffers.

Nadat maandag al een peuter van drie werd gered, konden reddingswerkers vandaag nog een meisje van vier redden, 91 uur nadat Turkije werd getroffen door een aardbeving met een kracht van 7 op de schaal van Richter. Ze maakt het goed, zeiden de autoriteiten.

De balans van de slachtoffers van de aardbeving die vrijdag het westen van Turkije trof, is intussen tot honderd gestegen, zo heeft de Turkse autoriteit voor rampsituaties (Afad) gemeld. Er vielen ook bijna duizend gewonden, van wie er nog een 150-tal in het ziekenhuis verblijven.

De reddingsdiensten blijven naar slachtoffers zoeken, onder meer in het puin van vijf gebouwen in de provincie Izmir. Zo’n 8.000 mensen en 25 speurhonden verlenen hulp bij de ramp. Tientallen gebouwen zijn vernield, ruim 5.000 mensen zijn dakloos en worden in tentenkampen opgevangen.

Turkije wordt vaker getroffen door aardbevingen. In januari dit jaar kostte een aardbeving in de oostelijke provincie Elazig 41 mensen het leven en in 2011 kwamen meer dan 500 mensen om het leven in de oostelijke stad Van.

Ruim 65 uur na de zware aardbeving in de Egeïsche Zee is een driejarig kind nog levend vanonder het puin gehaald in de Turkse kuststad Izmir. Eerder werd ook al een 14-jarige levend vanonder het puin gehaald in Izmir.