Europese Commissie legt geen verhoging minimumlonen op

De Europese Commissie wil graag dat de lidstaten de minimumlonen optrekken. Omdat ze niets kan opleggen, schuift ze zes procedures naar voren die daartoe moeten leiden. Het is maar de vraag of dat zal lukken?

De Luxemburgse Eurocommissaris voor Sociale Zaken, Nicolas Schmit, creëerde begin dit jaar hoge verwachtingen door de invoering van een eerlijk Europees minimumloon voor te spiegelen. Na overleg met de lidstaten en de sociale partners is het zeer de vraag of het voorstel voor een richtlijn daaraan tegemoetkomt. Schmit bestudeerde de Europese verdragen en leerde dat de juridische basis erg complex is om op dat terrein iets te ondernemen.

Om de lidstaten niet tegen de haren in te strijken, beklemtoonden bronnen in de Commissie wat het voorstel vooral niet inhoudt. De Commissie kan en zal het niveau van de minimumlonen per lidstaat niet vastleggen. Ze kan en zal Denemarken, Zweden, Italië, Oostenrijk, Finland en Cyprus niet verplichten een wettelijk geregeld minimumloon in te voeren: in die landen worden lonen vastgelegd via overleg tussen de werkgevers en vakbonden.

Wat stelt Schmit dan wel voor? De Commissie wil de lidstaten met de richtlijn zes maatregelen opleggen die volgens haar op termijn leiden tot een verhoging van de minimumlonen. Twee ervan zijn van toepassing op alle 27 lidstaten. De promotie van loononderhandelingen tussen de sociale partners moet ertoe leiden dat het percentage werknemers dat onder de afgesproken lonen valt, stijgt tot minstens 70 procent. Nu zitten alleen België, Frankrijk, Nederland, Portugal en Slovenië boven die grens, terwijl Duitsland rond de 50 procent hangt. Landen die onder die drempel van 70 procent vallen, moeten een actieplan opstellen om in die richting te evolueren. Daarnaast moeten lidstaten jaarlijks rapporteren aan de Commissie over de vooruitgang die ze al dan niet boeken.

Weinig verschil voor België

Voor de 21 landen die al een wettelijk minimumloon hebben, zouden er nog vier verplichtingen bijkomen, zoals betere controles en een grotere betrokkenheid van de sociale partners, wat niet in alle landen het geval is. De lidstaten worden aangemoedigd om de minimumlonen te laten evolueren richting 50 procent van het gemiddelde inkomen, maar meer dan een referentie wordt dat niet.

Toch zullen de maatregelen volgens de Commissie hun impact niet missen. ‘Als Duitsland onze voorgestelde maatregelen zou toepassen, zou het zijn minimumlonen moeten optrekken’, zegt een bron. Zoals Europarlementslid Cindy Franssen (CD&V) in januari al verklaarde, zal de maatregel weinig verschil maken voor België dat al tot de Europese top vier behoort in minimumlonen.

Meer working poor

Dat er nood is aan een aanpassing van de minimumlonen, lijdt weinig twijfel. Volgens cijfers van de Commissie is het aandeel laagbetaalde jobs in de EU sinds 2006 gestegen, groeien lagere lonen trager dan de hogere lonen en is het aantal precaire jobs gestegen van 8,3 procent in 2007 naar 9,4 procent in 2018. Die laatste banen laten de werknemer niet toe uit de armoedeval te ontsnappen. De pandemie zal het aantal working poor nog doen stijgen, vreest de Commissie, omdat veel jobs verloren zullen gaan in sectoren als de retail en het toerisme. ‘De trend is niet goed, daarom moeten we iets doen’, besluit de bron.