Kinderen Syriëstrijders toch niet verplicht naar België
De Belgische staat kreeg in beroep gelijk. België moet kinderen van Syriëstrijders niet repatriëren. Foto: afp

Het Brusselse hof van beroep draaide een eerder vonnis terug. België moet zes kinderen van Syriëstrijders niet repatriëren en ontsnapt aan hoge dwangsommen.

In december 2019 oordeelde de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel dat de overheid tien kinderen van Vlaamse Syriëstrijders zo snel mogelijk moest terughalen. De kinderen, op dat moment tussen zes maanden en zeven jaar oud, zaten vast in kampen in het noorden van Syrië.

De rechtbank oordeelde dat België de kinderen de nodige identiteits- en reisdocumenten moest bezorgen. Per dag dat ons land dat niet deed, zou België per kind een dwangsom van 5.000 euro moeten betalen. In februari was de dwangsom al tot 500.000 euro opgelopen.

De advocaten van de vier Syriëstrijders die de rechtszaak hadden aangespannen, stuurden daarop een deurwaarder naar de kabinetten van Justitie en Buitenlandse Zaken. Na tien maanden ging het al om miljoenen euro’s. Ondertussen gaat het nog om zes kinderen omdat een Syriëstrijdster in juni op eigen kracht terugkeerde met haar vier kinderen.

De Belgische staat tekende beroep aan tegen de veroordeling. Het hof van beroep oordeelt nu dat de overheid niet verplicht kan worden mensen terug te halen. Niet de Syriëstrijders zelf, maar ook niet hun kinderen.

Geen DNA-onderzoek

Een van de argumenten is dat de afstamming van de kinderen niet aangetoond kan worden. De kinderen zijn geboren in Syrië en er is geen DNA-onderzoek dat aantoont dat het wel degelijk kinderen van Belgen zijn.

De advocaten van de betrokken families, Abderrahim Lahlali en Mohamed Ozdemir, willen eerst het arrest bestuderen. Daarna zullen ze beslissen of ze naar het Hof van Cassatie stappen.