Wie krijgt eerst het vaccin? Europese Commissie wil uniforme regels
Het onderzoek naar een coronavaccin verkeert nog in de testfase. Foto: Photo News

Terwijl de zoektocht naar een coronavaccin nog volop aan de gang is, dringt de Europese Commissie er bij de EU-landen op aan om overal dezelfde bevolkingsgroepen voorrang te geven. Wellicht worden dat in de eerste plaats gezondheidswerkers en kwetsbare personen. De Wereldgezondheidsorganisatie laat ondertussen weten dat gezonde jongeren mogelijk pas in 2022 een prik zullen krijgen.

Vaccinatie is en blijft een nationale bevoegdheid, maar als het van de Commissie afhangt, moet aan bepaalde bevolkingsgroepen prioriteit gegeven worden. Het gaat om gezondheidswerkers, 60-plussers, personen met onderliggende aandoeningen, werknemers met een essentieel beroep, personen voor wie het onmogelijk is om afstand te houden van anderen en achtergestelde sociaaleconomische groepen.

Tests nog bezig

Momenteel worden verschillende kandidaat-vaccins ontwikkeld en getest. In naam van de lidstaten heeft de Commissie met de producenten afspraken gemaakt over de levering van die vaccins van zodra ze werkzaam en veilig bevonden worden. Het is het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) dat het licht op groen moet zetten.

Wanneer dat gebeurt, is nog onduidelijk, al wordt gerekend op volgend voorjaar. Meerdere farmabedrijven voeren tests uit, al verloopt dat zoals steeds niet altijd even vlot. Maandag raakte bekend dat Johnson & Johnson zijn vaccintests tijdelijk opschort en ook AstraZeneca pauzeerde zijn vaccinstudie een tijdje. Bij die laatste bleek later dat de proefpersoon heel waarschijnlijk niet ziek werd door het vaccin.

De Commissie benadrukt dat door de gezamenlijke aankoopstrategie alle EU-landen op hetzelfde moment toegang zullen krijgen tot een werkzaam vaccin. Alleen zal het aantal beschikbare doses in de beginfase beperkt zijn, waardoor er dus prioriteiten moeten worden gesteld.

Gezonde jongeren moeten wachten

Soumya Swaminathan, onderdirecteur van de Wereldgezondheidsorganisatie wees er gisteren ook op dat moet vastgelegd worden wie eerst een prik zal krijgen. ‘De meesten zijn het eens dat we beginnen met wie in de gezondheidszorg werkt. Maar zelfs daar zul je moeten vastleggen wie het meeste risico loopt. Daarna kunnen de ouderen volgen, en zo verder.’ Ze acht de kans dan ook groot dat ‘een gezonde jongere’ tot 2022 zal moeten wachten op een vaccin.

Swaminathan verwerpt de optie om via groepsimmuniteit de epidemie in te perken. Dat zou tot onnodige overlijdens leiden. ‘We mogen daar alleen aan denken in de context van vaccins. We moeten zeker 70 procent van de mensen vaccineren om de besmetting te stoppen.’

‘Nu voorbereidingen treffen’

Afhankelijk van de resultaten van de lopende fase 3-testen zouden de eerste vaccins in het begin van 2021 beschikbaar kunnen zijn, heeft Europees commissaris voor Volksgezondheid Stella Kyriakides donderdag gezegd. Maar voor het zover is, zouden de lidstaten best afspraken maken over een gecoördineerde uitrol.

‘We stellen voor wie eerst gevaccineerd zou moeten worden, hoe de vaccins eerlijk verdeeld kunnen worden en hoe de meest kwetsbare personen beschermd kunnen worden’, legt Commissievoorzitter Ursula von der Leyen uit. ‘Als we willen dat onze vaccinatie succesvol is, moeten we nu voorbereidingen treffen.’

Personeel

De Commissie lijst dus onder meer op welke bevolkingsgroepen prioritair gevaccineerd moeten worden. Ze vraagt de lidstaten ook om logistiek voorbereid te zijn, zodat er voldoende medisch personeel beschikbaar is om de vaccins toe te dienen. Dat personeel moet bovendien over genoeg beschermend materiaal beschikken.

De vaccins moeten ook makkelijk toegankelijk zijn, zeker voor specifieke doelgroepen. De verschillende types vaccins moeten bovendien op een correcte manier opgeslagen en vervoerd kunnen worden, signaleert de Commissie.

Vertrouwen creëren

Daarenboven vraagt ze aan de lidstaten om in te zetten op een duidelijke communicatie over de voordelen, de risico’s en het belang van een vaccin tegen covid-19, zodat er bij de bevolking voldoende vertrouwen wordt gecreëerd.

Bij sommigen neemt de bereidheid om een vaccin te nemen immers af. Dat zou ook in ons land het geval zijn. Terwijl in het voorjaar nog 87 procent zich zou laten vaccineren, was dat onlangs 76 procent.