Rusland, Saudi-Arabië en China dicht bij zitje in VN-mensenrechtenraad
De Russische president Vladimir Poetin (links) en zijn Chinese collega Xi Jinping (archiefbeeld) Foto: AP

De mensenrechtenraad van de Verenigde Naties staat op het punt om Rusland, Saudi-Arabië en China voor de komende drie jaar als lid te benoemen. De formele aanstelling gebeurt normaal dinsdag nog. Mensenrechtenactivisten zijn verontwaardigd.

In totaal maken 47 landen deel uit van de raad. Leden worden voor drie jaar benoemd. Dit keer gaat de VN op zoek naar 15 nieuwe leden. Ook Cuba en Pakistan maken kans op een zitje in de raad.

Het orgaan heeft echter weinig macht, omdat de leden kunnen stemmen over elkaars evaluaties. In de praktijk worden daardoor vooral zwakkere landen geviseerd, zoals Soedan of Noord-Korea.

De Zwitserse ngo UN Watch maakt in The Guardian de vergelijking met de aanstelling van brandstichters als brandweerlieden. De voormalige Chinese politieke gevangene Yang Jianli wijst er op een bijeenkomst van UN Watch op dat China ‘de basisprincipes van het mensenrechtenverdrag van de VN overtreedt’. Zo herinnert hij aan het optreden van de Chinese overheid in Hongkong. ‘Als dit een raad van misbruikers van de mensenrechten was, dan zou het goed zijn om voor China te stemmen, want het is de wereldleider in het schenden van de mensenrechten’.

De Russische dissident Vladimir Kara-Murza wijst er in de krant op dat de benoeming van landen als Rusland of Cuba niet eens verbazend zouden zijn. In het verleden maakten ook Libië, Soedan en het Irak van Saddam Hoessein deel uit van de raad.