camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Coronavirus

Waarom groeps­immuniteit een verre droom blijft

‘Vanzelf’ zal het nieuwe coronavirus pas verdwijnen als voldoende mensen er immuun tegen zijn. Maar voor die weg kiezen, is riskant. En de vraag rijst hoelang het effect zal duren.

vrijdag 9 oktober 2020 om 3.25 uur

Mei 2020, een drukke winkeldag in Brussel. Epidemiologen schatten dat tot nu toe 10 tot 15 procent van de Belgen besmet is geweest met het virus. Kristof Vadino

Er zijn ook nog andere oplossingen dan het coronavaccin, opperde ­Lieven Annemans (UGent) deze week in Humo. ‘We mogen groepsimmuniteit niet uitsluiten.’ Hij pleit er niet voor, verduidelijkte de gezondheidseconoom na forse kritiek, maar het zou volgens hem ‘onwetenschappelijk’ zijn om de optie te negeren als strategie om het virus te verslaan.

Wat zegt de wetenschap vandaag over groepsimmuniteit en het ­nieuwe coronavirus? Is ze haalbaar zónder veel doden?

Een antwoord in vier delen.

Groepsimmuniteit bereiken zonder overstelpte ziekenhuizen is aartsmoeilijk

Als het coronavirus een land binnendringt, zijn er twee strategieën: de epidemie abrupt afremmen (‘crush the curve’) of de epidemie afzwakken (‘flatten the curve’), zodat de ziekenhuizen het kunnen blijven behappen. De bonus van die laatste strategie: je moet minder hard ingrijpen en je kunt groeps­immuniteit bereiken. Zodra dat gebeurt, hoef je in principe niet meer te vrezen voor heropflakkeringen.

Waar ligt de drempel voor groepsimmuniteit voor het sars-CoV-2-virus? De schattingen lopen uiteen, maar de meeste epidemiologen denken dat minstens 60 tot 70 procent besmet moet zijn. Waar België staat, weten we niet exact. Pierre Van Damme, professor epidemiologie aan de UAntwerpen, en zijn collega’s schatten dat 10 tot 15 procent van de Belgen besmet is geweest met het virus. Hoe dan ook is de weg naar groepsimmuniteit nog lang.

Twee onderzoekers van de universiteit van Georgia tonen in een recente publicatie aan dat het wel degelijk mogelijk is groepsimmuniteit te bereiken door de epidemie af te zwakken. Alleen vergt dat spoor erg veel precisiewerk. Er mogen niet te veel besmettingen zijn, want dan raken de ziekenhuizen over­belast. Er mogen er ook niet te weinig zijn, want dan wordt groeps­immuniteit nooit bereikt. En dat moet je maanden, misschien zelfs jaren aanhouden – afhankelijk van het aantal ziekenhuisbedden. In de ideale wereld van het model isoleren 60-plussers zich ook perfect van de jongere leeftijdsgroepen, garandeert een doorgemaakte infectie ­levenslange immuniteit en beschikken overheden over gegevens die ze in de praktijk níét hebben.

Zelfs onder die ideale omstandigheden is het dansen op een slappe koord. Het aantal contacten moet zodanig beperkt worden dat elke vijf besmetten het virus maar aan zes mensen doorgeven. Dat zijn er nauwelijks meer dan in het scenario waarbij je de epidemie wel wilt laten uitdoven. Dus rijst de vraag waarom je dan toch het risico zou nemen dat je ziekenhuizen overstelpt worden. ‘Groepsimmuniteit bereiken door de epidemie af te zwakken wordt niet ondersteund door onze modellen’, stellen ze. ‘Ons werk bevestigt dat de alarmbellen (die afgingen toen groeps­immuniteit in de lente werd opgeworpen, red.) gegrond waren.’

Er is geen regio die de vruchten plukt van ‘groeps­immuniteit’

In Manaus, de hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Amazonas, konden in mei de begrafenisondernemers niet meer volgen. Er moesten massagraven voor de covid-19-doden worden aangelegd. Het virus hield bijzonder lelijk huis in de stad met 2 miljoen inwoners. Maar in juni liep het aantal doden plots en onverwacht sterk terug. Was dat misschien te danken aan groepsimmuniteit in de stad?

Een studie, geleid door vorsers van de universiteit in São Paulo, stuurt daarop aan. Volgens hen was in de zomer al 66 procent van de inwoners van Manaus besmet geraakt. ‘De groepsimmuniteit zal een beduidende rol hebben gespeeld bij het verloop van de epidemie’, klinkt het in de onderzoeks­paper (die nog niet alle kwaliteitstoetsen, de peer review, heeft doorstaan). Manaus zou de eerste plaats ter wereld zijn die groeps­immuniteit heeft bereikt.

Maar het aantal besmettingen met sars-CoV-2 en ziekenhuisop­names zitten in de stad opnieuw in de lift. De lokale autoriteiten hebben twee weken geleden zelfs cafés en stranden gesloten en feesten verboden. Dat alles plaatst grote vraag­tekens bij de mogelijke groeps­immuniteit in Manaus.

Of je echt immuun wordt na een infectie, is onduidelijk

Sinds de zomer zijn er van over de hele wereld meldingen van herbesmettingen. Bij sommige patiënten verloopt de tweede infectie ernstiger (DS 30 september). Ook dat voorspelt weinig goeds voor een duurzame groepsimmuniteit.

Naarmate er meer tijd verstrijkt, worden herbesmettingen waarschijnlijker. Dat leren ons de oudere coronavirussen – zeg maar de ­neven en nichten van sars-CoV-2. Bij de oudere coronavirussen raken mensen vaak na een jaar opnieuw besmet, blijkt uit recent onderzoek in Nature waaraan Herman Goossens, professor microbiologie aan de UAntwerpen, heeft meegewerkt (DS 14 september). ‘Twee weken geleden was er een webinar met vooraanstaande virologen waarbij ons artikel grondig werd besproken. Hun reacties waren duidelijk: dit is een belangrijk argument tégen groepsimmuniteit bij sars-CoV-2. We hebben nu minder argumenten voor groepsimmuniteit dan in de lente.’

Van Damme zit op dezelfde lijn. ‘Met de huidige kennis groepsimmuniteit naar voren schuiven als mogelijke strategie, is onverantwoord.’

Niet rekenen op ‘gratis’ achtergrond­immuniteit

Onder experts wordt al sinds het ­begin van de coronacrisis gespeculeerd over ‘kruisimmuniteit’: een bescherming tegen het sars-CoV-2-virus die een deel van de bevolking zou hebben zónder ooit in contact te zijn gekomen met het virus. Hun immuunsysteem zou zich toch ­weten te verzetten tegen het nieuwe coronavirus doordat het getraind is op andere, oudere coronavirussen. Met die ‘gratis’ achtergrondimmuniteit zou groepsimmuniteit sneller bereikt worden, want een deel van de bevolking hoeft geen infectie door te maken om immuun te worden tegen sars-CoV-2.

Centraal bij de hypothese rond de kruisimmuniteit staan de T-cellen, de ‘killercellen’ van het immuunsysteem. Een deel van de bevolking dat nog niet besmet is geweest met sars-CoV-2, heeft T-cellen die wél blijken te reageren als ze in contact komen met het sars-CoV-2-virus. Maar uit een recente studie (die de peer review nog niet heeft doorstaan) blijkt dat die ‘reactie’ van de T-cellen allicht onvoldoende is om echt tegen een infectie te beschermen.

‘Het patroon van de epidemie wijst ook niet op kruisimmuniteit’, zegt epidemioloog Pierre Van Damme. ‘Oudere mensen zijn al veel in contact gekomen met andere verkoudheidsvirussen. Als er sprake zou zijn van kruisimmuniteit, zouden niet de ouderen het meest vatbaar zijn voor covid-19, maar de jongeren. Het tegendeel is waar.’

De podcasts van De Standaard