camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Interview Hitoshi Oshitani

‘Met de contactopsporing zoals jullie die doen, vind je de belangrijkste gevallen niet’

Japan bedwong twee coronagolven zonder massaal te testen of contactopsporing zoals wij die kennen. Het zette wel vroeg in op bron­opsporing. ‘We gaan op zoek naar gemeenschappelijke kenmerken tussen gevallen’, zegt viroloog Hitoshi Oshitani, een van dé architecten van het Japanse beleid.

donderdag 8 oktober 2020 om 3.25 uur

De tweede coronagolf in Japan begon in Shinjuku, het uitgaansdistrict van Tokio. ‘Duizenden mensen kregen toen gratis tests aangeboden. Dat was waarschijnlijk effectief.’ belga

Ook Japan kon in de zomer een tweede golf niet vermijden. Al was dat, vergeleken met ons land, een héél klein golfje: zelfs op de piek had het per inwoner niet zo gek veel meer gevallen dan België op het dieptepunt in juni en juli had. Opmerkelijk daarbij is dat het land van de rijzende zon het virus klein heeft gekregen zonder de ­recepten die wij als cruciaal beschouwen.

Japan greep minder in op het dagelijkse leven. De testcapaciteit is maar even groot als die van België, terwijl het land ruim tien keer meer inwoners telt. En de klassieke contactopsporing is geen speerpunt. Het zette wél al vroeg in op bronopsporing. Eerder dan te achterhalen met wie een besmette patiënt allemaal contact had, wil het weten waar die het virus opliep. Die bronopsporing is de sleutel geweest om de twee golven in Japan te beheersen, zegt Hitoshi Oshitani in een gesprek met De Standaard. De professor virologie (Tohoku University) is als hoofd van de Cluster ­Intervention Group een van dé architecten van het Japanse beleid.

‘De tweede golf is begonnen in Shinjuku, het uitgaansdistrict van Tokio. We hebben in juni grote clusters gezien in de hostess clubs (bars waar vrouwen mannelijke klanten entertainen, met hen flirten en aanzetten tot consumptie, red.). Van daaruit heeft het virus zich verspreid naar alle ­prefecturen in het land. Sommige werden hard getroffen, waaronder grote steden als Osaka.’

Wat was u met de informatie over de bron van de uitbraak?

Na het werk is het de gewoonte dat werknemers naar traditionele bars trekken. getty images

‘Aan de duizenden mensen die in de horeca van het Shinjuku werken, werden toen gratis tests aangeboden. Alle burgers ­kregen ook het advies om zich niet in die risicovolle omgeving, het nachtleven, te ­begeven. Dat was waarschijnlijk effectief om de besmettingen terug te dringen.’

‘80 procent geeft het virus aan niemand anders door. De epidemie kan niet zonder de kleine groep superverspreiders en clusters’

‘Jullie moeten het karakter van de besmettingen goed begrijpen. Al bij het begin van de uitbraak hadden we door dat de meeste besmette mensen het virus aan niemand doorgaven. Tachtig procent geeft het aan niemand anders door. 11 of 12 procent besmet één andere persoon. De epidemie kan niet zonder de kleine groep super­verspreiders en clusters.’

In België wordt elk hoogrisicocontact opgespoord en we testen massaal. Is dat de verkeerde strategie?

‘Contactopsporing is belangrijk. Maar de contactopsporing zoals jullie die doen, is niet zo effectief. De meeste mensen geven het niet door aan hun hoogrisicocontacten. Zo vind je dus niet de belangrijkste gevallen. En het kost veel tijd en mankracht.’

Hoe pakt Japan het aan?

Japan doet aan ­retrospectieve contactopsporing om clusters te ontdekken. belga

‘Wij voeren ook klassieke contactopsporing uit. Maar om clusters op te sporen, is het belangrijk om ook aan retrospectieve contactopsporing te doen. Dat betekent dat je bij een besmet geval op zoek gaat naar waar hij besmet raakte. We zoeken naar gemeenschappelijke kenmerken tussen gevallen. Mensen wordt gevraagd naar hun activiteiten, en in het bijzonder of ze een risicovolle omgeving hebben bezocht. Dat zijn de drie C’s: closed environment (besloten plekken), crowded (dichtbevolkt) en close contacts (dichte contacten). Denk bijvoorbeeld aan een karaokebar.’

‘Voor veel besmettingen hebben we de gemeenschappelijke bron niet gevonden, maar voor veel andere wel. Mensen die op dezelfde dag op dezelfde plek waren, kun je dan opsporen. Dát is een veel effectievere manier om gevallen te vinden, dan om enkel te gaan zoeken bij de contacten van een besmette persoon.’

Kom je zo niet te laat? Want tegen dat je ontdekt hebt waar een cluster plaatsvond, hebben die mensen ook weer andere mensen besmet.

‘Stel nu dat er zich een clusterbesmetting heeft voorgedaan in een nachtclub, vijf of zeven dagen geleden. Die transmissies kun je niet meer voorkomen. Maar door de cases te vinden die eraan gelinkt zijn, kun je nog wel verdere transmissie voorkomen, naar bijvoorbeeld families, ziekenhuizen of rusthuizen.’

 

‘Er zijn twee voorwaarden voor een grote uitbraak: er zijn megaclusters en ketens van cluster op cluster nodig. Denk aan de persoon die besmet raakte in één nachtclub, en in een andere zelf een nieuwe cluster veroorzaakt. Of een patiënt die, omdat veel zorgverleners besmet zijn, overgebracht wordt naar een ander ziekenhuis, waarop daar nieuwe clusters ontstaan.’

‘Dat moet je vermijden om het virus onder controle te krijgen. Daarom hebben we ons van in het begin op de clusters gericht. Dat advies gaven we als experts al op 25 februari.’

Hoe hebben jullie dat zo snel in de smiezen had?

‘Japan profiteert van een uitgebreid netwerk van publieke gezondheidscentra. Er zijn er meer dan vierhonderd, met meer dan achtduizend verpleegkundigen. In ­Japan hebben we veel tuberculosegevallen. Ook bij tbc is het belangrijk om de bron te vinden. Daar hebben we veel ervaring mee. Daarom deden verpleegkundigen ook bij sars-CoV-2 van in het begin aan retrospectieve contactopsporing; ze merkten meteen clusters op. Door die te bestuderen wisten we snel hoe belangrijk clusters ­waren.’

Leerden jullie ook hoe mensen vooral besmet raken: via druppels, de lucht of door oppervlaktes aan te raken?

‘Aangezien veel mensen het virus al doorgeven voor ze symptomen hebben, zijn besmettingen met druppels door te hoesten of niezen niet de belangrijkste route. ­Verspreiding via aerosolen op korte afstand is dat wel. Daarom raden we al vanaf het begin een goede ventilatie aan.’

Aanraden, adviseren … de Japanse aanpak is niet streng.

‘Horecazaken sluiten is eenvoudig, en zeer effectief op korte termijn. Maar op lange termijn werkt een strategie van sluiten, openen, een maand later weer sluiten, niet. Dan is het moeilijk om draagvlak te behouden. Kijk naar Europa: dat nam zeer agressieve maatregelen met een lockdown, maar nu wordt het moeilijk om zulke agressieve maatregelen opnieuw te implementeren. Dus moeten we op zoek naar oplossingen zonder te sluiten.’

En die zijn?

‘Je moet incentives geven om verdachte gevallen te melden. Als je alles sluit als besmettingen aangegeven worden, dan zal er niet meegewerkt worden. Je moet duidelijk maken dat vroege detectie en controle de sleutel zijn om de impact te minimaliseren. Gebeurt dat niet, dan moeten er wél agressieve maatregelen genomen worden.’

In de tweede golf waren er veel meer gevallen dan in de eerste. Toch werd de nood­toestand niet opnieuw afgekondigd.

‘In de tweede golf waren er meer jonge mensen getroffen, waardoor er minder ernstige gevallen waren. Zoals nu ook in Europa het geval is. In Tokio werd wel gevraagd om na 22 uur geen alcohol meer te schenken, al is die maatregel weer opgeheven. De gratis testen en de waarschuwingen van de regering waren voldoende om het aantal besmettingen te reduceren.’

U focust op het nachtleven. Maar zitten de clusters niet overal: op feestjes, in families, in bedrijven?

‘We hebben in Japan meer dan duizend clusters geïdentificeerd. Er zijn veel ­clusters in families of na feestjes, maar de meeste daarvan doven uit. Soms is er verdere besmetting van gezinnen naar ziekenhuizen of naar rusthuizen. Maar dat gebeurt niet vaak.’

‘Horecazaken sluiten is zeer effectief op korte termijn. Maar op lange termijn werkt dat niet. Je moet incentives geven om verdachte gevallen te melden’

‘Als je tien besmette personen hebt, ­zullen slechts twee personen het virus doorgeven aan minstens één andere persoon. De kans is groot dat de epidemie ­uitsterft. Maar als er vijfhonderd mensen op één plek besmet raken, zullen daarvan honderd mensen anderen besmetten. ­Ongeveer tien zullen véél anderen – tien of twintig – infecteren. Met grote clusters blijven de besmettingsketens wél in leven. De grootste bronnen zitten in het nachtleven.’

Maar privéfeestjes kunnen toch ook grote clusters veroorzaken?

‘In Japan is het niet zo gebruikelijk om thuis feestjes te houden. Buitenlanders doen het wel, en daar zien we inderdaad grote clusters. Dat risico moeten we beperken.’

‘Na het werk is het wel de gewoonte dat werknemers naar kleine, traditionele ­Japanse bars trekken om te feesten. Ook daar zijn veel clusters. Dat moeten we naar beneden krijgen.’

Zou u westerse landen aanbevelen om naar Japan te kijken?

‘Elk land heeft een andere achtergrond en gezondheidszorg. Misschien is het voor België niet eenvoudig om onze clusterbenadering te implementeren.’

‘Jullie hadden in het begin zeer grote uitbraken. Dus was het moeilijk om de transmissie te controleren. Ook al daalden de cijfers, jullie hadden veel meer gevallen per inwoner. Wij hebben nu vijfhonderd gevallen per dag. Dat is, omgerekend per inwoner, veel minder dan in veel Europese landen. De grote uitdaging voor Europese landen is om de transmissie op een lager niveau te krijgen.’

Japan zet niet in op het massaal testen.

‘We hebben genoeg testcapaciteit om 50.000 testen per dag te doen, maar we gebruiken die niet. Er is druk om breder te testen, maar we geloven niet dat dit de juiste richting is. Als je iemand detecteert die weinig risico heeft om het verder door te geven, is dat vanuit het standpunt van de volksgezondheid niet zo interessant om hem of haar te testen. Iedereen testen is niet effectief. Je moet je middelen goed inzetten.’

Maar hoe weet je wie het risico heeft om het aan veel mensen door te geven?

‘Precies dat zijn nu de belangrijkste openstaande wetenschappelijke vragen. We hebben al clusters onderzocht, maar we willen precies weten welke omstandigheden risicovol zijn, en waarom we soms wel besmetting van cluster naar cluster zien, en soms niet. En ook: welke type van persoon is een potentiële superverspreider?’

Tot slot, zullen de Olympische Spelen volgend jaar in Japan doorgaan? Want ook daar kunnen clusters ontstaan.

(glimlacht) ‘Die vraag krijg ik van elke journalist. We doen ons best om het virus onder controle te krijgen, maar niet speciaal voor de Olympische Spelen. Het hangt niet alleen van Japan af. Stel dat het in Afrika bijvoorbeeld niet onder controle is, en die sporters niet kunnen deelnemen. Dan zijn het toch niet meer de Olympische Spelen?’

Hitoshi Oshitani. zuma press

Wie is Hitoshi Oshitani?

  • Geboren in 1959
  • Professor virologie aan de Tohoku Universiteit in de stad Sendai, 300 km ten noorden van Tokio
  • Zijn onderzoek richt zich op respiratoire virussen en de epidemiologie van infectieziekten
  • Lid van meerdere expertengroepen die de Japanse ­regering adviseren over de coronacrisis
  • Tussen 1999 en 2006 adviseur voor infectieziekten in het WHO-kantoor Western Pacific
  • Coördineerde van daaruit de bestrijding van het sars-virus in 2002

De podcasts van De Standaard