Nobelprijs voor Fysica 2020 voor onderzoek naar zwarte gaten
Van links naar rechts: Roger Penrose, Reinhard Genzel en Andrea Ghez. Foto: rr

De ene helft van de Nobelprijs voor Fysica 2020 gaat naar Roger Penrose voor zijn onderzoek naar zwarte gaten, de andere helft naar Reinhard Genzel en Andrea Ghez voor de ontdekking van een supermassief compact object in het midden van ons melkwegstelsel.

De prijs ging dit jaar over ‘de duisterste geheimen van het universum’: zwarte gaten.

De Engelsman Roger Penrose (1931) doctoreerde aan Cambridge University en is nu professor wiskunde in Oxford. Hij bestudeerde de relativiteitstheorie van Albert Einstein via wiskundige methoden en bewees zo dat die theorie leidt naar het ontstaan van zwarte gaten. Hij wint de Nobelprijs ‘voor de ontdekking dat de vorming van zwarte gaten een robuuste voorspelling is van de algemene relativiteitstheorie’.

De Duitser Reinhard Genzel (1952) doctoreerde aan de universiteit van Bonn en geeft nu les in Beieren en Californië. Andrea Ghez (1965) is een Amerikaanse die in Californië doctoreerde en nu professor is in Los Angeles. Genzel en Ghez ontdekten een onzichtbaar en supermassief object in het midden van ons melkwegstelsel. ‘Een supermassief zwart gat is de enige bekende verklaring’, schrijft de organisatie. Zij krijgen de prijs voor de ontdekking.

‘Ik hoop dat ik andere jonge vrouwen in het domein kan inspireren’, zei Ghez na de uitreiking. ‘Het is een domein met zo veel leuke dingen, en als je gepassioneerd bent door wetenschap is er zo veel dat je kunt doen.’

Zowel Genzel als Ghez leidt een groep astronomen die al sinds de jaren negentig het centrum van het melkwegstelsel bestuderen. Beide teams hebben iets onzichtbaars en zwaars ontdekt, wat de groepen sterren in de buurt doet ronddraaien.

Penrose vulde dan weer de theorie van Einstein aan op een manier die de geestesvader van de relativiteitstheorie zich niet kon inbeelden – Einstein geloofde niet dat zwarte gaten konden bestaan. In 1965, tien jaar na Einsteins dood, toonde Penrose het tegengestelde aan.

De prijzen werden aangekondigd in de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen in Stockholm. De laureaten krijgen in totaal 10 miljoen Zweedse kroon (ongeveer 950.000 euro), waarvan één helft naar Penrose gaat en de andere helft naar Genzel en Ghez.

Ze volgen de Canadees James Peebles en de Zwitsers Michel Mayor en Didier Queloz op. Die kregen de prijs vorig jaar ‘voor bijdragen aan ons begrip van de evolutie van het heelal en de plek van de aarde in de kosmos’.