Nederlandse gynaecoloog verwekte minstens 17 donorkinderen met eigen sperma
Themabeeld: spermadonatie. Foto: belga

Jan Wildschut, een inmiddels overleden Nederlandse gynaecoloog, heeft tussen in 1981 en 1993 voor zeker zeventien kinderen zijn eigen sperma gebruikt bij inseminaties zonder dat de wensouders dat wisten.

Wildschut werkte voor het toenmalige Sophia ziekenhuis Zwolle (dat nu Isala heet). De arts hield zich in de jaren tachtig tot en met 1993 bezig met KID (Kunstmatige Inseminatie Donorsperma) in het ziekenhuis, schrijft Isala op de website.

De affaire kwam uit het licht door een match van het DNA van één van de kinderen met een nicht van Wildschut. Er kwamen nog diverse ‘matches’ in een aantal commerciële DNA-databanken, aangevuld met een DNA-test van een van de wettige kinderen van de gynaecoloog. Isala werd eind 2019 benaderd door de ouders van een van de donorkinderen. Daarna is er contact ontstaan tussen Isala en de wettige kinderen en de donorkinderen.

Nooit enig vermoeden

Een van de wensouders zegt anoniem aan Het Parool niet beseft te hebben dat de gynaecoloog zijn eigen sperma doneerde. ‘We hebben nooit enig vermoeden gehad dat hij zelf de donor zou kunnen zijn geweest.’

Het ziekenhuis stelde mee een donorprofiel op van Wildschut, wat het gemakkelijker moet maken om hem als biologische vader te identificeren. Donorkinderen die twijfelen of ze verwant zijn, kunnen contact opnemen met het ziekenhuis.

De kinderen vinden het belangrijk met het verhaal naar buiten te komen, zo stellen ze, vanwege ‘de kans op aangeboren afwijkingen bij kinderen uit relaties van halfbroers en -zussen die niet van elkaar weten dat zij dezelfde biologische vader hebben’. Mogelijk zijn er meer kinderen, maar het ziekenhuis heeft in archieven daarover geen bruikbare informatie kunnen vinden.

Tekort aan donoren

Wildschut begon in de jaren zeventig met kunstmatige inseminatie en was één van de pioniers. Elk jaar waren er honderd aanvragen, maar door het tekort aan donoren kon hij maximaal dertig ouderparen behandelen. Vanaf de jaren tachtig werkte hij voor het Sophia ziekenhuis.

Het ziekenhuis noemt het moreel onacceptabel dat een gynaecoloog-fertiliteitsarts zowel behandelaar als spermadonor is geweest in het eigen ziekenhuis. Isala heeft eind 2019 de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over de kwestie ingelicht. Die zal geen onderzoek doen omdat het te lang geleden is en er geen duidelijke wetgeving rond bestond. Sinds 2004 is het in Nederland verboden om anoniem sperma te doneren.

Deze zaak doet denken aan die van de omstreden vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat. Die verwekte met eigen sperma zeker 49 donorkinderen, en mogelijk meer.

In België houdt het fertiliteitscentrum wel de gegevens van de spermadonor bij, maar verloopt het proces verder anoniem. Noch de wensouders, noch de kinderen kunnen de identiteit te weten komen. Ook de donor kan niet te weten komen wie bevrucht wordt met het sperma. De informatie wordt enkel vrijgegeven als er medische problemen zijn. Wel is gekende donatie (aan een persoon die je kent) mogelijk. Sperma van één donor kan bij maximaal zes verschillende vrouwen gebruikt worden.