Op naar 80 procent werkenden
Foto: Unsplash

Omdat een job de ‘beste sociale bescherming’ biedt, en meer jobs de sociale zekerheid helpen financieren, wordt door Vivaldi ingezet op jobcreatie. Doel: 80 procent werkenden tegen 2030.

Om over tien jaar een werkzaamheidsgraad te bereiken van 80 procent (in 2019 ging het ‘maar’ over 70,5 procent), moet het hoge aantal inactieven in de leeftijdsgroep tussen 25 en 65 jaar omlaag gebracht worden. Het regeerakkoord somt meerdere beleidssporen op om dat doel te halen, bijvoorbeeld een betere re-integratie van langdurig zieken (mogelijk met ‘financiële prikkels’) en stimuli voor een langere loopbaan (zoals de invoering van het deeltijdse pensioen).

De federale regering beseft heel goed dat ze voor het waarmaken van deze ambities is aangewezen op samenwerking met de regio’s en de sociale partners. Er komt een jaarlijkse ‘werkgelegenheidsconferentie’ om concrete arbeidsmarktplannen uit te werken. En er komt onderzoek naar de wenselijkheid van ‘subregionale maatregelen’; lees: naar een verschil in toepassing van federale regelgeving (bijvoorbeeld de fiscale behandeling van overuren) naargelang van de regio.

Thuiswerk

Vakbonden en werkgeversfederaties zullen, net als de regionale regeringen, betrokken worden bij de invoering van een individueel opleidingsrecht voor elke werknemer (vijf dagen per jaar) en bij nieuwe regels inzake thuiswerk, dat door de coronacrisis een boost heeft gekregen.

Sociaal overleg komt ook bij te pas bij de voortzetting van het loonmatigingsbeleid. Uitgangspunt blijft ‘een goed evenwicht tussen concurrentiekracht en koopkracht’ en dat vereist een loonontwikkeling die ‘vergelijkbaar is met de buurlanden’. Van een herziening van de wet op de loonnorm, uit 1996, is geen sprake. Wel van nieuwe ‘rondzendbrieven’ door de minister van Werk, na overleg met de sociale partners.

In de strijd tegen discriminatie op de arbeidsmarkt tenslotte mag de sociale inspectie discriminatietoetsen uitvoeren, maar daarbij mag ‘nooit sprake zijn van uitlokking’.

Kafka

In het hoofdstuk over ‘ondernemerschap’ gaat veel aandacht naar een verlaging van de administratieve lasten waarmee zelfstandigen en bedrijven geconfronteerd worden. Midden volgend jaar moet er een nieuw Kafka-plan op tafel liggen, waarin de administratieve procedures voor bedrijven en burgers worden vereenvoudigd. Dat plan moet de administratieve papierstapel met een derde verkleinen. Het eerste Kafka-plan dateert van 2003, en was het werkstuk van toenmalig staatssecretaris Vincent Van Quickenborne (Open VLD).

Om het ondernemerschap te stimuleren wordt alvast de maatregel verlengd, waarbij een startende werkgever geen sociale lasten moet betalen op het loon van zijn eerste werknemer.