Ouderschapsverlof wordt opgetrokken naar twintig dagen
Foto: rr

Armoedebestrijding wordt bij uitstek een dossier waarvoor de federale regering nauw zal moeten samenwerken met de deelstaten. Maar ook de betrokkenen zelf krijgen een stem.

Uitkeringen worden opgetrokken ‘richting de armoedegrens’. Een woordkeuze die veel ruimte laat en de tering duidelijk naar de nering zet. De regering wil wel komaf maken met de vele kansen die mensen in armoede missen door bepaalde rechten niet op te nemen. Dat zal zo veel mogelijk geautomatiseerd worden.

Er zal een ‘aanklampend beleid’ gevoerd worden. Elk huishouden in armoede zal daarvoor opgevolgd worden met een eigen armoedeplan. Het moet ook mogelijk worden om korter op de bal te spelen en armoede sneller op te sporen. De strijd tegen oplopende schuldenlast en gokschulden is daar een element van. ‘Duurzame banen’ worden aangehaald als belangrijk hefboom in de strijd tegen armoede. De regering zal onderzoeken welke ‘financiële prikkels’ daarvoor mogelijk zijn. Er is ook aandacht voor het niet of laattijdig betalen van alimentatie, en er wordt geïnvesteerd in trajecten van housing-first, om dakloosheid tegen te gaan.

Het ouderschapsverlof wordt verdubbeld van tien naar twintig dagen. Ook voor wie een interim-job uitoefent moet het mogelijk zijn dat verlof op te nemen. Dat past in de maatregelen om de zorg voor kinderen evenwichtiger te verdelen tussen mannen en vrouwen. Er worden ook initiatieven genomen om de loonkloof tussen mannen en vrouwen ‘werkzamer’ te maken. Wat dat precies inhoudt is onduidelijk en alleszins niet meetbaar.

Gendergerelateerd geweld wordt een prioriteit, belooft het regeerakkoord. Zowel in de strijd tegen huiselijk geweld en geweld op vrouwen als via de aanpak van seksueel geweld. Wat genderidentiteit betreft stelt het akkoord duidelijk dat ‘elke persoon zelf over haar/zijn/hun genderidentiteit’ beschikt.