Postuum Aster Berkhof (1920-2020): 'Ik kan niet verdragen dat er niets overblijft'
Foto: Lieven Van Assche
Meer dan honderd boeken heeft hij op zijn naam staan, en hij was tot ver in de jaren 90 één van de meest gelezen én uitgeleende schrijvers van Vlaanderen. Aster Berkhof trok de wereld in en bracht in zijn proza met vuur en (indien nodig) verontwaardiging verslag uit van wat hij zag.

Toen Het Nieuwsblad in de zomer van 1963 een journalist naar Dilbeek stuurde om Aster Berkhof te interviewen, werden de zaken al in de inleiding van het stuk duidelijk gesteld: Berkhof was ‘een schrijver, geen letterkundige’. Literatuur mocht het blijkbaar niet genoemd worden. Berkhof was een man van het ‘populair amusement’ en moest zich maar beter geen illusies maken. De schrijver was zijn loopbaan nochtans begonnen als literatuurwetenschapper (met grootste onderscheiding doctoreerde hij aan de KU Leuven), maar hij stelde vast dat hij toch liever niet-academische teksten schreef. Hij publiceerde uiteindelijk meer dan 100 romans, verhalenbundels, thrillers, reisreportages en jeugdboeken. Meteen na de oorlog werkte hij even als journalist voor De Nieuwe Standaard en Ons Volk, maar hij wilde toch in de eerste plaats boeken schrijven.

En de wereld zien, vooral dat. Al toen hij op kostschool zat in het Klein Seminarie in Hoogstraten, en hij daar een zware motor hoorde draaien (die van de naastgelegen brouwerij, zou later blijken), beeldde hij zich wereldreizen met stoomboten en vliegtuigen in. Die zouden er later ook komen. Hij bracht uitvoerig verslag uit over die reizen, en baseerde er veel romans en verhalen op. Vooral met Het huis van mama Pondo (1972) maakte hij indruk. Hij werkte drie jaar aan dat boek, en het was een striemende aanklacht tegen het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime. ‘Voor het eerst in mijn leven zag ik een land waar met een pompeuze waardigheid verkondigd werd dat gruwelijk onrecht goed was. Het is het lelijkste wat ik de mensheid ooit heb zien doen’, zei hij daar later over. Het boek groeide uit tot een kleine klassieker, maar leverde hem ook veel kritiek uit Vlaamsgezinde hoek op. Schrijver André Demedts stelde openlijk dat Berkhof loog, en dat hij beter ‘onze stambroeders in Zuid-Afrika’ zou steunen. Decennia later sprak Berkhof er nog altijd schande van.

Steenfabrieken

Aster Berkhof werd op 18 juni 1920 geboren in Rijkevorsel als Louis Van den Bergh. Zijn pseudoniem vond hij in de tuin (hof) van zijn ouders, waar onder een berk asters in bloei stonden. Hij groeide op in de parochie Sint-Jozef, een arbeidersdorp gebouwd rond enkele steenfabrieken langs het kanaal Dessel-Schoten. Zijn vader was er hoofdonderwijzer in het schooltje waar ook zijn moeder les gaf. In zijn omgeving zag hij erg veel armoede, zeker na de crash van Wall Street in 1929, toen ook in Sint-Jozef Rijkevorsel fabrieken de deuren moesten sluiten en de crisis hard toe sloeg. Over die Kempense jeugdjaren zou hij later schrijven in onder meer Isidoor (1951), Als een wolf in de wildernis (1962) en Mandra Gorres (1988).

Maar zijn populairste boek zou uiteindelijk toch Veel geluk, professor! (1948) blijken, dat in de loop der jaren zowel een theater- als een televisiebewerking kreeg, en erg vaak herdrukt werd. De tv-versie werd geproduceerd door VTM in 2001, naar een scenario van Paul Koeck. Berkhof maakte zelf ook reisreportages voor de televisie, en presenteerde zelfs het VRT-programma Pro en Contra, waaraan ook Nand Baert en Willy Courteaux meewerkten. Aan één van zijn televisieoptredens hield hij bovendien zijn echtgenote over: Nora Steyaert, één van de allereerste Vlaamse omroepsters, met wie hij op 24 december 1956 in het huwelijksbootje stapte.

Hoe divers zijn productie ook was, toch vallen er enkele rode draden in te ontdekken. Naast de drang om te vertellen over wat hij zag en beleefde tijdens zijn vele reizen, vallen toch vooral de aanklacht van sociaal onrecht én het verzet tegen elke vorm van geloofsdwang op. Berkhof gaf aan zelf al vrij vroeg van zijn geloof gevallen te zijn. Met de eindigheid van het leven bleef hij daarna altijd worstelen. ‘Sinds ik weet dat de eindigheid van de aarde een feit is, is mijn leven er een stuk minder prettig op geworden. Ik kan niet verdragen dat er niets overblijft. Ik kan me er niet bij neerleggen dat het allemaal voor niets is geweest’, zei hij in een interview.

Op 18 juni werd hij honderd. Bij die gelegenheid verscheen een biografie, Aster Berkhof. 100 jaar nieuwsgierigheid (Houtekiet), geschreven door Karel Michielsen. Berkhof overleed in Brasschaat, waar hij in een woonzorgcentrum verbleef.