Slechts 5 tot 8 procent van de Belgen heeft al antistoffen tegen het coronavirus opgebouwd. Daarmee is een vorm van groepsimmuniteit nog heel veraf. Sinds eind april is het aantal mensen met deze antistoffen vrij stabiel.

Dat zegt viroloog Steven Van Gucht in de marge van de toelichting van de huidige coronacijfers. Die conclusie is gebaseerd op twee grootschalige studies in ons land: een onder bloeddonoren van het Rode Kruis, en een onder gezondheidswerkers.

Tot dusver werden al meer dan 10.000 stalen van bloeddonoren geanalyseerd. ‘Ongeveer 5 procent van de donoren heeft antistoffen opgebouwd. Dit aantal blijft vrij stabiel sinds april’, vat Van Gucht de resultaten samen. ‘We moeten deze resultaten met enige voorzichtigheid behandelen. Het gaat om een groep mensen van tussen de 18 en 75 jaar, die meestal in goede gezondheid zijn, en die in de weken voor hun donatie geen symptomen hebben vertoond.’ Die 5 procent waarvan sprake in dit onderzoek is volgens Van Gucht dan ook ‘geen perfecte spiegel’. ‘Dit is wellicht een ondergrens’.

De studie onder 850 gezondheidswerkers illustreert dit. Zij werden maandelijks onderzocht. Ook bij hen is het percentage mensen met antistoffen in het bloed stabiel gebleven, zij het op 8 procent. Van die personen vertoonde bijna iedereen symptomen.

Van Gucht merkt op dat de personen die antilichamen in het bloed hebben, die ook bijna de hele duur van het onderzoek hebben. ‘Slechts bij twee personen zijn de antilichamen verdwenen. Zij hadden ook slechts lichte symptomen vertoond. Dit lijkt er dus op te wijzen dat in de meeste gevallen de antistoffen voor lange tijd aanwezig blijven.’

Uit de twee onderzoeken concludeert Van Gucht wel dat we erin geslaagd zijn om de virusverspreiding tegen te gaan. Maar dat brengt wel met zich mee dat we nog ver verwijderd zijn van een vorm van groepsimmuniteit. ‘Daarvoor moet meer dan de helft antistoffen hebben, of een andere vorm van immuniteit. De meeste schattingen gaan ervan uit dat pas bij 70 procent het virus op natuurlijke wijze uitdooft. Nu zitten we dus aan 5 tot 8 procent.’

‘Immuniteit is echter niet volledig te herleiden tot de hoeveelheid antistoffen’, gaf Van Gucht hierover finaal nog mee. ‘Ook de t-cellen spelen een rol, maar die meten we meestal niet. En bij wie de antistoffen verdwenen zijn, heeft het afweersysteem wel een geheugen, waarmee het weer sneller kan optreden tegen het virus’.