In Colombia hebben betogers van de inheemse stam Misak een standbeeld van de Spaanse con­quis­ta­dor Sebastián de Belalcázar van de sokkel getrokken in de stad Popayán. Ze eisen erkenning van de grond.

De politie keek toe hoe leden van de Misak het standbeeld met touwen naar beneden haalden. Belalcázar stichtte de stad in 1537, maar voor de inheemse leiders staat de figuur symbool voor vijf eeuwen van genocide en slavernij. De burgemeester van Popayán beschouwt het neerhalen van het standbeeld als een gewelddaad in een multiculturele stad.

De Misak kreeg steun van leden van de inheemse volken van Pijao en Nasa bij hun protest. Ze wandelden naar de top van de heuvel Morro del Tulcán, waar het standbeeld van Belalcázar in de jaren 30 werd opgetrokken. Voor de Misak is de heuvel een heilige plek. Voor de Spaanse conquistadors het land veroverden, stond er volgens hen een tempel. Er liggen ook veel van hun voorouders begraven. Ze eisen dat Morro del Tulcán beschermd wordt als heilige grond voor hun volk.

Belalcázar leidde verschillende expedities in het noordwesten van Zuid-Amerika, en stond ook aan de wieg van wat nu de hoofdstad van Equador is, Quito.