Goeie zomer biedt Vlaams toerisme weinig soelaas
Connectera, Limburg

Belgische toeristen bleven in de zomermaanden meer in eigen land dan voorheen, en dan vooral in de rustige groene zones. Maar dat kan het verlies in de sector niet goedmaken.

‘Bij het uitbreken van de coronacrisis hebben we onmiddellijk besloten al onze middelen op het binnenlandse toerisme in te zetten’, zegt Vlaams minister van Toerisme Zuhal Demir (N.VA). Dat gebeurde via opvallende campagnes en ook via begeleidende maatregelen, vooral wat het kustverkeer betreft. Dat lijkt vruchten te hebben afgeworpen: uit cijfers van de Vlaamse boekingsmodule Stardekk blijkt dat het aantal overnachtingen van Belgen in eigen land op vele plekken toenam.

De cijfers zijn onvolledig, want ze betreffen alleen de overnachtingen in hotels, bed & breakfasts en vakantiewoningen. Campings en vakantieparken zijn niet geteld, en ook cijfers over dagtoeristen ontbreken.

De algemene trend is dat Belgen meer dan vorig jaar in eigen land gebleven zijn. Daarbij zochten ze een evenwicht tussen de gezondheidsnormen en hun eigen verlangens, en dat evenwicht was te vinden in ruimte en open lucht. Daarvan heeft de kust geprofiteerd met een kleine stijging van 3 procent, omdat hoge groeimarges daar niet mogelijk waren. Groene regio’s, zoals Limburg, de Kempen, de Vlaamse Ardennen, ... hebben opvallend hoge groeicijfers genoteerd in vergelijking met 2019. Met 37 procent meer overnachtingen in juli en 27 procent meer in augustus, werden de sombere verwachtingen in juni ruimschoots gecounterd.

De keerzijde van de medaille is dat plekken die zulke ruimte niet konden bieden, klappen kregen. Dat was zeker het geval in de kunststeden. Die lokten in juli meer Vlaamse bezoekers dan in 2019, maar door de verstrenging van de coronamaatregelen eind juli daalde het aantal overnachtingen weer. Alleen Brugge, dat zich sterk marktte naar een nabij (binnenlands) doelpubliek, kan behoorlijkere cijfers voorleggen.

De nieuwe verstrengingen naar aanleiding van de tweede coronagolf eind juli waren voor de hele sector een opdoffer. Tot dan waren er al beduidend minder internationale toeristen, en nadien bleven ze massaal weg. Vooral die afwezigheid heeft een grote impact gehad op onze kunststeden (-64%), maar ook op andere plaatsen in Vlaanderen, blijkt uit de cijfers. Hun aantal is met zowat de helft gedaald in de twee zomermaanden.

‘Verlies 11 miljard euro’

Zuhal Demir vindt dat het weinig zinvol is om in het najaar op internationale boekingen te rekenen, omdat de reisbeperkingen dat moeilijker zullen maken. ‘De nadruk moet voorlopig liggen op reputatieversterking’, zegt ze. Dat is slecht nieuws voor de hotelsector, vooral in grote steden, die in het najaar drijven op congrestoerisme en een kunstpubliek. In juli en augustus bleef 95 procent van de Vlaamse hotels open: vraag is of dat zo kan blijven.

Een groei van 8 procent de afgelopen zomer heeft de crisis in de toeristische sector hooguit wat minder rampzalig gemaakt. ‘Een opsteker, maar zeker geen goedmaker voor de 12 weken dat onze toeristische sector compleet op slot was’, zegt Demir. Toerisme Vlaanderen raamt het verlies voor de gehele toeristische sector in Vlaanderen en Brussel van maart tot en met augustus op ongeveer 11 miljard euro.