300 Rohingya-vluchtelingen dobberden half jaar op zee
De boot kwam aan land in de noordelijke provincie Atjeh Foto: AP

Een groep van bijna 300 Rohingya-vluchtelingen is maandag per boot aangekomen in de Indonesische provincie Atjeh. Ze zouden na hun vertrek zowat een half jaar hebben rondgedobberd. Dat kwam deels door corona, maar mogelijk ook omdat mensensmokkelaars hen weigerden aan land te laten.

De houten boot werd op enkele kilometers van de kustlijn opgemerkt door vissers, en kwam uiteindelijk aan land in Ujung Blang, in het meest noordelijke deel van het land. In de boot zaten 297 vluchtelingen, afkomstig uit Myanmar. Bij de opvarenden waren 181 vrouwen en 14 kinderen. Ze zijn samen overgebracht naar een tijdelijke opvangplaats, aldus het Rode Kruis. Eén jongen van 13 was er erg aan toe.

De precieze vertrekdatum van de boot is niet bekend, maar wellicht vertrokken de vluchtelingen al eind maart of begin april in ergens in het zuiden van Bangladesh aan boord van een groter schip, met Maleisië als bestemming.

Volgens een lokale ngo die zich met de problematiek bezighoudt, verhinderden de autoriteiten dat de boot kon aanmeren in Maleisië en Thailand. De mensensmokkelaars verdeelden hen daarop over kleinere boten. Lotgenoten die op hetzelfde moment in andere boten vertrokken, kwamen in juni al elders in Indonesië of in Maleisië aan, maar deze boot deed er nog veel langer over.

Volgens de ngo kon het schip al eerder Indonesië hebben bereikt, maar wellicht weigerden de mensensmokkelaars dat. De voorbije weken zouden ze de familie van de opvarenden nog geld gevraagd hebben in ruil voor het bereiken van de kust. ‘Eigenlijk werden ze als gijzelaar vastgehouden.’