Het gemiddeld aantal dagelijkse coronabesmettingen blijft dalen in ons land in België. Dat aantal blijft dus verder dalen. Dat onze inspanningen een verschil hebben gemaakt. Dat bewijzen ook twee simulaties die de UHasselt heeft gemaakt voor de provincie Antwerpen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Zoals gewoonlijk begon de persconferentie met een overzicht van de dagelijkse coronacijfers. De afgelopen week werden er gemiddeld 430 nieuwe gevallen per dag vastgesteld in België. Dat is een verdere daling van 14 procent in vergelijking met de week daarvoor. ‘De daling gaat hiermee opnieuw iets sneller, na enkele dagen geschommeld te hebben rond de tien procent’, zei viroloog Steven Van Gucht op de persconferentie van het crisiscentrum maandag. ‘De grootste daling zien we momenteel in de grote steden zoals Antwerpen, Luik en nu ook Brussel. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren er de afgelopen week gemiddeld 112 nieuwe gevallen per dag. Dat is een daling van 12 procent in vergelijking met de week daarvoor. In Antwerpen kwamen er de voorbije week nog gemiddeld 86 nieuwe gevallen per dag bij. Dat is een daling van 24 procent. In de meeste andere provincies zien we ook dalingen: tussen de 3 en de 38 procent. Enkel Vlaams- en Waals-Brabant stijgen nog met respectievelijke 8 en 41 procent. ‘In absolute getallen ligt het aantal nieuwe gevallen echter relatief laag met gemiddeld 41 nieuwe gevallen in Vlaams-Brabant en 15 besmettingen per dag in Waals-Brabant’, stelt Van Gucht gerust.

‘Wat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames betreft, kunnen we ook stellen dat de dalende trend zich duidelijk verderzet. De afgelopen week waren er gemiddeld 15 ziekenhuisopnames per dag, terwijl dat de week daarvoor nog 24 waren. Dat is een daling van 39 procent. Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de meeste provincies daalt het aantal ziekenhuisopnames, behalve in Vlaams- en Waals-Brabant waar we nog een lichte stijging zien.’

‘Ten slotte nog de sterftecijfers: de afgelopen week vielen er gemiddeld vier overlijdens per dag te betreuren wat een daling is van 53 procent in vergelijking met de week daarvoor toen er nog gemiddeld tien per dag waren.’

Belang van quarantaine

Van Gucht herhaalde nog kort waarom een quarantaine van veertien dagen belangrijk is wanneer men een hoogrisicocontact heeft gehad, of terugkomt uit een rode zone. ‘Wanneer we blootgesteld worden aan het virus, kunnen we het virus dragen maar kan het zijn dat de ziekte pas tot uiting komt veertien dagen na de blootstelling’, legt hij uit. ‘Het is ook perfect mogelijk dat men kort na de blootstelling een negatieve test heeft en toch drager is van het virus. We willen dus opnieuw herhalen dat het testen vlak na de blootstelling of na terugkeer uit een rode zone geen vervanging is voor de quarantaine. Het geeft geen garantie dat u toch geen drager bent van het virus.’

Analyse stijging van de cijfers

‘We zitten momenteel in een fase waarin we proberen samen te leven met het coronavirus’, zegt van Gucht. ‘Het virus verdwijnt niet en het is belangrijk dat we een optimaal evenwicht vinden tussen de epidemie beheersbaar maken en zoveel mogelijk zuurstof geven aan mens en maatschappij. We leven ondertussen op een andere manier dan een jaar geleden. Dat vraagt heel wat aanpassing en aanvaarding. Maar onze inspanningen maken wel degelijk het verschil. De situatie in Antwerpen bewijst dit.’ Dat blijkt ook uit een simulatie van UHasselt die laat zien hoe de besmettingscurve geëvolueerd zou zijn indien de initiële stijging van juli niet aangepakt zou zijn geweest. ‘In plaats van een exponentiële groei die normaal gezien op 9 augustus al zou geleid hebben tot meer dan 700 besmettingen per dag in Antwerpen, hebben we een afplatting van de curve gezien die onder de 300 besmettingen per dag in Antwerpen is gebleven.’

‘Ondertussen zijn de besmettingen in het Antwerpse al gedaald tot minder dan 100 per dag. Dankzij deze collectieve inspanningen, hebben we veel ziekenhuisopnames en overlijdens kunnen vermijden. Dat is opnieuw ene belangrijke stap voorwaarts.’

‘We mogen immers niet vergeten dat dit een enorm besmettelijk virus blijft en dat deze ombuiging dus niet vanzelfsprekend is. Denk maar aan de aanhoudende stijging van de besmettingen in een aantal andere Europese landen zoals Spanje en Frankrijk.’

‘Het illustreert dat we het virus wel degelijk klein kunnen krijgen mits solidariteit en volharding’, gaat Van Gucht hoopvol verder. ‘Ik ben ervan overtuigd dat we dit ook komende winter zullen kunnen. Het virus kan niet vooruitdenken, maar wij wel.’

Ook een simulatie voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest laat zien dat extra maatregelen een piek hebben kunnen vermijden. Zonder bijkomende inspanningen in Brussel zou de curve verder zijn gestegen tot gemakkelijk 300 besmettingen per dag, klinkt het. ‘Momenteel worden er 112 per dag geregistreerd’, aldus de viroloog. Het is nog wel te vroeg om te spreken van een daling, en het crisiscentrum spreekt voorlopig liever van een plateaufase. ‘Het is moeilijk om te voorspellen hoe het de komende dagen zal evolueren.’

Van Gucht waarschuwt ook tijdens de persconferentie: ‘Met de terugkeer van duizenden vakantiegangers en de start van het nieuwe schooljaar zal het virus blijven druk zetten en het blijft het dus belangrijk dat we onze inspanningen volhouden.’

Meer informatie over hoe deze curves berekend werden kan gevonden worden op www.covid-en-wetenschap.be.

Telewerk

Yves Stevens herinnerde eraan dat telewerk, of thuiswerk, nog steeds sterk aanbevolen blijft, zeker als je je ziek voelt of je symptomen hebt. ‘Blijven werken met symptomen kan verregaande gevolgen hebben voor uzelf, uw collega’s en ook uw werkgever.’

Werknemers die uit een rode zone komen, zijn verplicht om veertien dagen in quarantaine te gaan, herhaalde hij ook. ‘Op die manier kan er een mogelijke uitbraak vermeden worden.’

CO2-meters

Tot slot ging het crisiscentrum nog kort in op Prins Laurent die CO2-meters voor de klas van zijn kinderen heeft gekocht. ‘Wanneer we uitademen stoten we CO2 uit’, legt Van Gucht het principe van de meters uit. ‘Wanneer de CO2 in de lucht van een lokaal begint te stijgen dan wijst dit op het feit dat er onvoldoende verversing van de lucht in dat lokaal is en dus onvoldoende ventilatie. Zo’n CO2-meter is dus een toestel dat toelaat om de kwaliteit van de ventilatie in een ruimte op te volgens.’

‘Het is een nuttig instrument maar het is niet noodzakelijk om dit in elke lokaal te installeren. Maar het is wel belangrijk dat we de klaslokalen goed verluchten. Laat ramen en deuren voortdurend openstaan dan kan de lucht continue ververst worden’, besluit hij.