Akkoord over 1 meter afstand in zalen voor kunst en cultuur
Foto: belga

Er is vrijdag een akkoord bereikt over de regels rond social distancing in zalen voor kunst en cultuur. Voortaan moet er niet 1,5 meter maar 1 meter afstand gehouden worden tussen bubbels. Dat zegt Leen Laconte van Overleg Kunstenorganisaties.

‘Ook virologen hebben ingestemd met deze versoepeling’, zegt Laconte. Volgens haar is dit akkoord een goede zaak voor de hele sector. ‘Zo komen er meer plaatsen vrij in de zalen en kunnen de mensen nog steeds op een veilige manier genieten van de voorstellingen.’

Woensdag gaf Bénédicte Linard (Ecolo), minister van Cultuur in Franse Gemeenschapsregering al haar zegen aan de burgemeesters van Luik en Bergen om in theaterzalen slechts een lege stoel (gelijk aan één meter afstand) tussen bubbels vrij te laten.

Pas vandaag stond een gesprek gepland tussen de drie gemeenschappen om hiervoor uniforme richtlijnen op te stellen. Dat is nu dus gebeurd.

‘Deze beslissing biedt onze Vlaamse zalen eindelijk wat perspectief en is een belangrijke stap richting meer leefbaarheid voor de sector’, reageert Tom Kestens van de crisiscel.

Pijnpunten

Toch blijven er volgens Kestens een aantal belangrijke vragen en pijnpunten. ‘Het blijft absurd om uit te gaan van maximum aantallen als standaardregel. De ene zaal is namelijk de andere niet. Hele grote zalen kunnen perfect op een veilige manier meer mensen ontvangen. Die absurde maximumgrens omzeilen door uitzonderingen toe te staan, leidt tot veel extra overleg, bijkomende rompslomp en vertragingen’, benadrukt Kestens.

De uitzonderingen moeten volgens de crisiscel door de poort van twee wachters gaan: het lokale en het Vlaamse niveau. ‘Het is veel rationeler om uit te gaan van de grootte van de zaal en daarbij een percentage vast te leggen. De cultuursector zelf heeft berekend dat een minimum zaalbezetting van 60 procent perfect veilig is.’

De Nationale Veiligheidsraad heeft een belangrijke rol toegekend aan de burgemeesters. Het zijn zij die beslissen of een uitzondering al dan niet mogelijk is. ‘Dat betekent voor onze sector heel wat extra overleg. Bovendien zijn we nooit zeker wie we tegenover ons hebben en wat die persoon belangrijk vindt. Dit zet de deur open naar willekeur. Wat in de ene stad niet kan, kan in de andere misschien wel. Dat is nefast voor de huizen en verwarrend voor het publiek.’