Proces Buizingen in beroep uitgesteld naar november
Bij de treinramp in 2010 kwamen 19 mensen om. Foto: BDW

Het proces in beroep over de treinramp in Buizingen zal niet plaatsvinden op 21, 22 en 23 september zoals eerder was beslist, maar op 17, 18 en 19 november. Dat heeft het persagentschap Belga vernomen van de burgerlijke partijen in het dossier.

Reden voor het uitstel is de coronapandemie. In de zittingszaal die eerst was uitgekozen, kan een dergelijk druk bijgewoond proces met zoveel partijen niet plaatsvinden met respect voor de coronamaatregelen. Het is nog niet duidelijk in welke zaal het proces dan wel zal plaatsvinden.

De treinramp vond plaats op maandag 15 februari 2010 vlakbij het station van Buizingen. De P-trein CR E3678 van Leuven naar ‘s Gravenbrakel botste om 8.28 uur bijna frontaal tegen de IC-trein E1707 van Quiévrain naar Luik-Guillemins. Het ongeval kostte het leven aan negentien mensen, onder wie de treinbestuurder van de IC-trein, terwijl minstens 310 personen gewond raakten.

Archaïsch veiligheidssysteem

De politierechtbank oordeelde op 3 december dat er overvloedige materiële aanwijzingen waren die erop wezen dat de bestuurder van de P-trein voorbij een rood sein was gereden. De man reed echter met een locomotief die uitgerust was met een archaïsch veiligheidssysteem, en niet meer voldeed aan de wettelijke vereisten, terwijl er in dezelfde trein een andere locomotief was die uitgerust was met een recenter veiligheidssysteem.

Ook Infrabel werd verantwoordelijk gehouden omdat het het AVG-communicatiesysteem had weggehaald in het station van Halle, hoewel dat volgens de rechtbank had kunnen bijdragen tot de veiligheid. Daarnaast had Infrabel beslist twee treinen te laten kruisen zonder een spoorwissel in beschermingsstand of een beschermingswissel te voorzien.

Voor de treinbestuurder werd enkel de eenvoudige schuldigverklaring uitgesproken, terwijl de NMBS een effectieve geldboete van 550.000 euro kreeg, en Infrabel een boete van 550.000 euro waarvan de helft met uitstel.

De treinbestuurder en de NMBS legden zich bij dat vonnis neer, maar Infrabel ging in beroep omdat de motivatie van het vonnis het functioneren van het spoornet volgens de spoorwegbeheerder op de helling zet.