Christian van ‘De mol’: ‘Ik ben blijkbaar nogal naïef. Maar weet je, da’s ook mooi, hé?’
‘Bekendheid op zich interesseert me niet.’ Foto: Fred Debrock

Zijn hele leven al oefent Christian Jansen in mentale weerbaarheid. En dus had hij niet verwacht dat Vlaanderen hem na zijn deelname aan De mol zo in het hart zou sluiten. ‘Plots vinden mensen mij een coole gast op basis van wat ik doe.’

Een anekdote, van nog niet zo lang geleden. Zijn vrienden zouden gaan karten, hij leek gedoemd om de namiddag thuis of in de cafetaria door te brengen. Christian ­Jansen is er de man niet naar om daarover te kniezen. ‘Ik kan daar wel tegen, hoor.’ Maar hij is er evenmin de man naar om niet minstens een poging te wagen. ‘Ik ben enkele dagen voordien naar de karting gereden, en heb de uitbater gevraagd of ik een kart mocht aanpassen met kussens en zo, en testen. Het ging perfect. Ik heb mijn vrienden een sms’je gestuurd: boys, ik doe mee!’

Het is Jansen ten voeten uit. Als een positivo en een plantrekker leerden ook de 1,5 miljoen kijkers van De mol – afgelopen voorjaar op Vier – hem kennen. Hij haalde de finale net niet, wedde overigens van ­begin tot einde op het verkeerde paard, en zowel de groep als het publiek sloot hem in het hart. ‘Daar ben ik van geschrokken.’

Kort maar Krachtig

Christian Jansen, zelf 27, is de derde van vier kinderen: Bernard (30) en Delphine (28) wonen net als hij in Brussel, Marie (23) zit op kot in Leuven, maar pendelt nog geregeld naar het ouderlijke huis in Hasselt. Net als hij: tijdens de lockdown zat de Brusselse consultant lange tijd in de jeneverstad, de thuisbasis van de hechte familie. ‘Ik heb het altijd heel leuk gevonden om op te groeien in een groot gezin. Met Bernard heb ik keiveel geravot, en ik trok ook vaak met mijn zussen op. Zij zijn alle drie groter, ja. Ik ben de enige met dwerggroei (achondroplasie, red.). Door een speling van de natuur heb ik dit lotje getrokken.’

‘Ik herinner mij nog dat ik thuiskwam en vroeg: waarom ben ik klein? Ze hebben mij alles zo goed mogelijk uitgelegd’

‘Het besef moet ergens op het einde van de kleuterklas doorgesijpeld zijn’, zegt hij. ‘Ik herinner mij nog dat ik thuiskwam en aan mijn mama vroeg: waarom ben ik klein? Natuurlijk wisten mijn ouders dat die vraag ooit zou komen. Ze hebben mij alles zo goed mogelijk uitgelegd – met de genetica en zo. Eén keer zijn we naar een vereniging voor ouders van kinderen en volwassenen met dwerggroei geweest, die ironisch genoeg Kort maar Krachtig heet. (lachend) Daardoor besefte ik dat ik minder uniek ben dan ik dacht.’

Hoe sociaal hij ook is, de vereniging bleek niets voor hem. Hij kiest liever zelf met wie hij omgaat. ‘Ik heb me nooit ­willen laten beperken door mijn beperking, noch tot mijn beperking. Natuurlijk zijn er dingen die ik fysiek niet zelf kan – in het buitenland een auto huren om een roadtrip te maken – maar veel kan wél. Denk maar aan karten. Of waterskiën. Ooit hadden mijn vrienden zich samen ingeschreven voor een waterski-kampje zonder mij iets te zeggen. Ze wilden mij niet kwetsen. Toen mijn moeder erachter kwam, schreef ze me prompt in. Ik wist van niks. (lacht) Het heeft aan iedereen toen wel duidelijk gemaakt dat het beter is om open te zijn.’

‘Vooral mama zette alles op alles om me te wapenen,’ vervolgt hij, ‘en ze leerde me mijn plan te trekken. Op de eerste schooldag ging ze samen met mij en een leerkracht de hele school rond, om alle praktische zaken te oefenen. Hang je jas eens aan de kapstok, Christian. Doe de deur van de wc eens open, enzovoort. Toen ik effectief niet groot genoeg bleek, bracht ze de volgende dag een ring mee om aan de klink vast te maken, zodat ik erbij kon. Op een uur was dat gefikst.’

Gepest is hij nooit, met dank aan een goeie vriendengroep die voor hem door het vuur ging. Als er op schoolreis een andere school de hunne kruiste en durfde te lachen met Christian, sprongen ze voor hem in de bres. Ook vandaag doen ze dat nog. Humor is wat hen bindt. En ja, er wordt weleens gelachen met zijn gestalte. ‘Maar het is altijd situatiehumor. Ik merk bij mijn vrienden geen nood om flauwe moppen te maken over dwergen of zo.’

Risee van Vlaanderen

Ondanks een groot vertrouwen in de zelfredzaamheid van hun jongste zoon, stonden Christians ouders niet te springen voor zijn deelname aan De mol. ‘Mijn zussen waren wel enthousiast, maar mijn ouders en Bernard reageerden sceptisch. Zij hadden schrik voor de reactie van de kijkers, vreesden dat ik misschien de risee van Vlaanderen zou worden en wilden mij daarvoor behoeden’, klinkt het eerlijk. ‘Ik, daarentegen, had er niet alleen zin in, ik had ook veel vertrouwen. Ik zou hoe dan ook gegaan zijn, zelfs tegen de zin van mijn familie. Als het verkeerd was uitgedraaid, zou ik er wellicht een jaar van wakker hebben gelegen. Maar was ik níét gegaan, dan zou ik er jaren van wakker gelegen hebben. Gelukkig is het gelukt om mijn eigen vertrouwen in de makers van het programma over te brengen op mijn familie. En effectief: de crew heeft mij heel mooi en respectvol in beeld gebracht.’

‘Als ik iets veranderd heb aan de mindset tegenover mensen met dwerggroei, is dat al mooi’

‘Zo herinner ik mij zelf enkele gênante passages tijdens bepaalde opdrachten, maar de meeste zaten niet in de definitieve montage. Eén keer is een val van mij uitgezonden – ik struikel nogal veel omdat mijn voeten niet altijd kunnen volgen – en daar is toen een driftig gedeeld filmpje van gemaakt met die val in een loop. Maar die dag ben ik zeker tien keer gevallen en die andere keren zijn eruit geknipt. Vooraf dacht ik eerlijk gezegd dat er veel meer memes gemaakt zouden worden, en dat niet alle ­reacties positief zouden zijn, maar het tegendeel is waar. En dat doet wel deugd.’

Het is wat hij overhoudt aan De mol, ­samen met de realitycheck dat hij snel mensen vertrouwt die hem vervolgens om de tuin leiden. Hij kan erom lachen. ‘Ik ben blijkbaar nogal naïef, maar weet je, da’s ook mooi, hé?’

Vandaag krijgt hij berichten van mensen die hem bedanken voor zijn positivisme of zeggen dat ze dankzij hem moed hebben getankt. ‘Als ik iets veranderd heb aan de mindset tegenover mensen met dwerggroei, is dat al mooi’, zegt Jansen. ‘Het was niet mijn doel toen ik mij inschreef, maar ik hoopte toen al dat het een positief neveneffect zou kunnen zijn.’

Hilarische filmpjes

Nog zo’n neveneffect is dat onbekenden hem plots willen kennen en ontmoeten, omdat ze hem een coole gast vinden. Daar zitten zijn filmpjes op Tiktok voor iets tussen. Na De mol, en geholpen door de lockdown, besloot hij zijn creatieve zelf uit te leven op het sociale medium. Zijn hilarische filmpjes vallen in de smaak: vandaag heeft Christian Jansen meer dan 100.000 volgers.

‘Ik probeer toffe, grappige dingen te maken en denk daar best wel lang over na’, geeft hij toe. ‘Maar ik zie mezelf totaal niet als een influencer. Aan die filmpjes heb ik nog geen cent verdiend en dat is ook nooit de bedoeling geweest. Het is gewoon leuk om te zien dat mensen ze leuk vinden, en in die zin is het mogelijk wat verslavend, maar mijn vrienden staan nog altijd hoger in de pikorde. Ik voel geen druk. Bekendheid op zich interesseert me niet. Voor mij is het wel een positief gevolg dat totaal onbekende mensen mij plots willen kennen, puur omdat ze mij een ­coole gast vinden op basis van wat ik doe.’

Mocht hij op een dag een aanbod krijgen uit de mediawereld, dan zou hij dat zeker overwegen. ‘Pas op, ik ben gelukkig als consultant, maar het zou dom zijn om iets uit te sluiten. Ik ben iemand die zich liever breed oriënteert in plaats van zich te specialiseren in een niche. Het creatieve trekt me aan. Net als organiseren en werken met mensen. Weet je, er zijn consultants die nooit op café gaan met klanten, bij mij is het menselijke aspect net mijn sterkste kant. Wil jij nog iets drinken?’

Elke dag vragen we boeiende mensen hoe ze de voorbije maanden zijn doorgekomen, en waaruit ze vandaag hun veerkracht halen.

U vindt de volledige reeks op: www.standaard.be/veerkracht