Linde Merckpoel: ‘Ik ben in de rouw geweest over wat ik allemaal dreig te moeten opgeven’
Linde Merckpoel: ‘Ik ben een perfectionist van den Aldi.’ Foto: Fred Debrock

‘Het klinkt erg, maar ik ben echt in de rouw geweest over wat ik allemaal dreig te moeten opgeven’, biecht de zwangere Linde Merckpoel op. Gelukkig heeft ze Jef, haar vriend, Koen de psycholoog en een batterij BFF’s. Het wordt trouwens een dochter.

Het is 10 uur ’s ochtends en het ruikt al heerlijk in de keuken van Linde Merckpoel. Er staan geroosterde bloemkoolsalade met granaatappelpitten en pistachenoten op het menu vanmiddag. Van Yotam Otto­lenghi, dat spreekt. ‘Jef en ik zijn megafans’, verklaart de radio- en videomaakster. Een puike timing, dat is Merckpoel ten ­voeten uit. Achter de montere mediafiguur schuilt een controlefreak. Ze rust niet voor ze vat heeft op de dingen. ‘Mijn energie is mijn trots’, zegt ze wat plechtig.

‘Ik vind het zalig dat ik heel pragmatisch ben en mijn zaakjes goed op orde heb. Als Arnout (Bracke, red.) en ik onze ­video’s maken, hebben we daar goed over nagedacht. We steken er hart en ziel in en kunnen doorwerken in een verschroeiend tempo. Na elke video zijn we kapot. (lacht) Hoewel, nu ik erover nadenk: met de allerlaatste afwerking heb ik het moeilijk. Ik ga tot 95 procent en dan is het genoeg. Dus ja, ik ben een perfectionist, maar dan wel een van den Aldi.’ Hopla, daar is die bekende schaterlach waarmee ze VRT-luisteraars en -kijkers al jaren inpakt.

Als ‘Linde van StuBru’ maakte Merckpoel (35) jarenlang radioshows en vlogs voor de jongerenzender, maar in ­september verhuist ze naar Eén. ‘Ik zie ­mezelf niet als een van de “vertrekkers” bij StuBru, de kans is groot dat ik er ooit weer te horen zal zijn. Wat wél klopt, is dat het DNA van StuBru aan het veranderen is: twee jaar geleden was er een grote vraag naar onze video’s. Ze vormden als het ware de core van StuBru, vandaag trekken ze veeleer de muzikale kaart en zijn wij een luxeproduct geworden. Want je moet een kat een kat durven te noemen: er is ­gewoon ook minder geld. Tegelijkertijd was het wel eens tijd om te veranderen. VRT.Nws nam onze video’s al over, Eén was heel ­geïnteresseerd, en van het een kwam het ander. Ik zie mezelf trouwens als een kind van de VRT, meer dan als Linde van StuBru of Linde van Eén.’

Over wolk en weegschaal

Dat kind van de VRT krijgt straks zelf een kind. Op 28 juni, tijdens de laatste uitzending van Bij Linde, kondigde ze het blijde nieuws aan op de radio. Intussen is ze vijf maanden ver, maar van een roze wolk is geen sprake: voor een controlefreak is een zwangerschap een oefening in loslaten en dat is knap moeilijk, geeft Linde Merckpoel eerlijk toe. ‘Ja, de baby is gepland en uiteraard verlangen Jef en ik naar dat kindje, maar op dit moment overheerst het ­gevoel dat ik vooral veel moet afstaan. “Je krijgt er veel voor terug”, verzekert iedereen, maar ik kan me daar nog niets bij voorstellen. Het klinkt erg, maar ik ben echt in de rouw geweest over wat ik mogelijk allemaal zal moeten opgeven. Ik voel me vooral een drager, eigenlijk. Een reci­piënt. Als ik in de spiegel kijk, herken ik mezelf niet.’ Ze kan ermee lachen, maar ze meent het wel.

‘Sinds kort beweegt de baby. Je hebt van die mutti’s die dat een magisch moment vinden, maar voor mij was het ­superscary – net een scène uit The Gremlins.’

De bijgekomen kilo’s vallen haar zwaar. Het zit wat in de genen om snel bij te ­komen, sowieso staat Merckpoel al vaak op de weegschaal. ‘Ik probeer dat minder te doen omdat ik er anders nogal snel ­obsessief mee bezig ben en ik er echt heel ongelukkig van kan worden. En nu zou ik het zéker moeten loslaten, ik weet dat en toch … Weet je dat ik tijdens onze vakantie vier kilo ben bijgekomen in twee weken tijd? Intussen zijn het er alweer twee minder, dankzij Ottolenghi’, grijnst ze. ‘Ik schaam me er wel een beetje voor dat ik daar zo mee inzit, maar eigenlijk vind ik het echt niet leuk dat mijn lijf niet meer van mij is, maar van dat kleine parasietje erin. (lacht) Sinds kort beweegt de baby. Je hebt van die mutti’s die dat een magisch moment vinden, maar voor mij was het ­superscary – net een scène uit The Gremlins.’

‘Ik ben zowat de laatste van de vriendinnen die kinderen krijgt, en ook al hebben ze een zalig kroost, ik ben nooit jaloers ­geweest. Ik vond mijn leven de max: ik kon reizen wanneer ik wilde, kon om 17 uur naar mijn lief bellen om te melden dat ik nog een paar uur zou doorwerken … Ik ben mega-ambitieus. Ik werk graag, ik werk veel, ik reis graag, ik sport graag, ik ben graag onder vrienden. Ik wil dat blijven doen, ook als dat kindje daar is. Zo ben ik tickets aan het zoeken voor het Primavera-festival in Barcelona begin juni, en ga ik hoe dan ook een maand mee met de Bel­gian Cats naar de Olympische Spelen in ­Tokio. Dat nemen ze mij niet af, zelfs al lig ik daar elke nacht te huilen op mijn ­hotelkamer! Ik droom zelfs van de Ten ­Miles in april – dan is ze vier maanden, dat moet toch kunnen? Maar telkens als ik ­zoiets zeg, zie ik alle moeders kijken met een blik van yeah, right en denk ik: ik ben hier een inschattingsfout vanjewelste aan het maken. (gespeeld wanhopig) Misschien hebben ze gelijk, dat vind ik het nog het engste. Stel dat ik niet eens meer ga wíllen ­reizen als dat kindje er is?’

Mentaal onderhoud

‘Ik deel mijn zwangerschap nu op als een marathon. Het eerste deel heb ik achter de rug, maar de slotkilometers zijn de lastigste. Die opdeling helpt om het wat te controleren. Ik trek me ook op aan de woorden van mijn psycholoog. Het eerste wat hij mij zei, was: “Het is niet omdat je graag moeder wilt zijn, dat je graag zwanger bent.”’

De psycholoog, Koen, is ze beginnen op te zoeken in een lastige periode, een drietal jaar geleden. Na het afspringen van haar vorige lange relatie zat Merckpoel een tijdlang niet goed in haar vel. Sindsdien gaat ze gemiddeld om de drie weken. ‘Soms denk ik dat het niet meer nodig is, dat ik echt wel superoké ben, maar bij de volgende sessie blijkt dan dat het me toch nog ­altijd iets bijbrengt. Hoeveel goede vrienden en familieleden je ook om je heen hebt, je hecht toch een andere waarde aan de vragen die hij stelt en de conclusies die hij jou laat trekken. Voor mij is het geen enkel taboe om ervoor uit te komen dat ik naar een psycholoog ga. Ik beschouw het als met de auto naar de garage gaan.’

‘Eigenlijk – dat klinkt raar – heb ik ontdekt dat ik een asociale ben.’

Vandaag is Linde Merckpoel al een hele tijd heel gelukkig, zegt ze gemeend. ‘Dat was ik al voor ik Jef ontmoette, maar nu ben ik het nog meer. We zijn een goed team. Twee dezelfden: allebei nogal luid en enthousiast, we hebben moeite om ergens neen tegen te zeggen. We gaan graag eens goed eten, we zijn er geire bij. We kunnen ons ook echt vol overgave op iets storten. Toch heeft de lockdown ons ook geweldig veel deugd gedaan. De eerste maanden hebben we allebei heel hard gewerkt van thuis uit, daarna was het uitblazen. Maar we hebben de maatregelen altijd strikt ­opgevolgd en ik vond het op de een of ­andere manier wel aangenaam om te ­weten dat de dag thuis zou beginnen en eindigen. Eigenlijk – dat klinkt raar – heb ik ontdekt dat ik een asociale ben.’ (grinnikt)

Geoliede machine

Jef is de keuken binnengekomen en hoort – vanop minstens drie meter afstand – net de laatste zin. Hij lacht en geeft haar volmondig gelijk. En begint dan aan de granaatappels voor bij de geroosterde bloemkoolsalade. Samen lijken ze inderdaad een geoliede machine. Ze zijn niet rustig, vat Merckpoel samen, maar ze brengen elkaar wel rust. En natuurlijk is er de leeftijd. ‘Als ik kijk naar de Linde die twaalf jaar geleden bij de radio begon als nieuwslezeres, denk ik dat ik toch wel bedachtzamer en genuanceerder ben geworden. Vroeger was ik heel zwart-wit, had ik snel een oordeel klaar. Ik was toen best wel jong en onnozel’, lacht ze. ‘Ik vond het ook heel erg als iemand mij of mijn programma niet tof vond. Dan begon ik onmiddellijk te twijfelen aan mezelf en deed ik alles om die mens over de streep te trekken. Het is ­Tomas De Soete die me geleerd heeft dat het niet goed is als iedereen je tof vindt, want dan ben je eigenlijk gewoon saai. Het is niet verkeerd om een stijl te hebben. Dus voilà: ik ben volwassener geworden. Maar de sturm-und-drang, die is wel gebleven.’

Dé vraag wordt dus of de kleine Merckpoel, uitgerekend voor 5 december, haar niet zal afremmen. Ze wacht met een bang hartje af. En anders, why not, openen ze een lunchbar – hier of in het buitenland, knipoogt ze. Afgaande op de geur die naar buiten waait en elk mondmasker verslaat, is dat een valabel plan B. Haar ouders ­deden het haar voor: zij sloten jaren geleden hun fotozaak en openden een B&B in Zuid-Frankrijk. Ik dacht in het begin dat ik er kapot van zou zijn, maar dat is niet zo. We horen elkaar een paar keer per week heel uitgebreid en we hebben een fantas­tische band. Het enige wat ik soms mis, zijn vrijblijvende bezoekjes. Als we elkaar zien, móét het gebeuren en móét het gezellig zijn. Nee, ze komen niet naar hier voor de bevalling, wellicht pas een tijd erna. Ik vind dat niet erg. Stiekem hoop ik dat de coronamaat­regelen gelden en dat we een tijd in ons ­coconnetje kunnen blijven. Ik ben een ­asociale, weet je wel?’ En daar is hij weer, de schaterlach.

Elke dag vragen we boeiende mensen hoe ze de voorbije maanden zijn doorgekomen, en waaruit ze vandaag hun veerkracht halen.

U vindt de volledige reeks op: www.standaard.be/veerkracht