In de periode tussen 31 juli en 6 augustus zijn in België gemiddeld 580,1 mensen per dag besmet geraakt met het coronavirus.

Dat blijkt maandagochtend uit de dagelijkse update van gezondheidsinstituut Sciensano. Het gaat om een stijging met 16 procent op weekbasis. Ook vergeleken met het gemiddelde dat zondag werd vrijgegeven (voor de periode van 30 juli tot en met 5 augustus) is er sprake van een stijging: van een weekgemiddelde van 564,4 nieuwe besmettingen per dag naar 580,1 per dag.

De besmettingen vinden nog steeds vooral plaats bij de actieve bevolking.

Er worden nu gemiddeld 24,4 mensen per dag in het ziekenhuis opgenomen met covid-19, wat neerkomt op een status quo in vergelijking met de voorgaande periode van zeven dagen. Zondag lag het weekgemiddelde voor opnames op 27,3 mensen per dag.

Daarnaast overlijden gemiddeld elke dag 3,4 coronapatiënten, een toename met 33 procent op weekbasis. Zondag was dat cijfer hetzelfde.

De R-waarde, het getal dat aangeeft hoeveel mensen een besmet persoon op zijn beurt besmet, staat volgens de berekeningen van Sciensano op dit moment op 1,12. Het gezondheidsinstituut berekent het getal op basis van het aantal opnames in het ziekenhuis, niet op basis van het aantal besmettingen. ‘De Belgische ziekenhuiscijfers zijn de enige stabiele parameter sinds het begin van de epidemie’, legde viroloog Steven Van Gucht eerder al uit aan De Standaard.

In totaal zijn nu al zeker 74.152 mensen in ons land besmet geraakt met covid-19. Er werden 18.465 patiënten in het ziekenhuis opgenomen en 9.872 mensen stierven aan de gevolgen van het longvirus.

Cruciale week

In Het Laatste Nieuws noemt viroloog Marc Van Ranst deze week cruciaal omdat we, sinds we weer in een kleinere bubbel leven, een daling van de cijfers zouden moeten zien. ‘In een eerste fase stijgen de cijfers minder snel. Dat is wat we nu merken. In een volgende fase stabiliseren de cijfers. Ik hoop deze week te zien dat ze inderdaad niet verder stijgen. Daarom is deze week zo cruciaal. Pas in een derde fase dalen de cijfers.’

Tegelijkertijd waarschuwen verschillende wetenschappers dat we ons niet mogen blindstaren op de nationale cijfers, omdat die sterk worden beïnvloed door Antwerpen, waar de situatie gunstig evolueert. Elders ontstaan echter nieuwe ‘brandhaarden’, zoals in Brussel, Luik, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.

Biostatisticus Geert Molenberghs (UHasselt en KU Leuven) in Het Laatste Nieuws: ‘Dit keer gaat het eigenlijk om elf epidemieën: een in elke provincie én een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In elk van die elf haarden evolueert de epidemie anders. Op dit moment wordt het totaalcijfer voor ons land sterk beïnvloed door wat er in Antwerpen gebeurt: dalen de cijfers daar, dan gaan de cijfers voor heel België naar beneden. Maar intussen trekt de epidemie wel aan in de andere provincies.’