Beke geeft groen licht aan contactopsporing door lokale besturen
Wouter Beke (centraal achteraan) en minister-president Jambon (rechts) bij de voorstelling van het contactonderzoek, begin mei. Foto: BART DEWAELE

Lokale besturen kunnen voortaan aan contactopsporing doen. Ze krijgen daarvoor ook de individuele gegevens van besmette inwoners.

Het was een grote klacht van enkele lokale besturen vorige week: we zijn klaar om het manklopende contactonderzoek in handen te nemen, maar we mogen niet van minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) en zijn administratie.

Dat zou nu achter de rug moeten zijn want er is een akkoord over hoe lokale besturen wel kunnen meewerken. Bovendien krijgen de lokale besturen ook de beschikking over individuele gegevens van besmette mensen.

Sinds vrijdag beschikken lokale besturen al via de Zorgatlas over gegevens op wijkniveau over de besmettingen in hun stad of gemeente – als die er zijn. Maar om met deze gegevens nog meer te kunnen doen, zullen ook de individuele gegevens dus ter beschikking worden gesteld.

De individuele gegevens zullen toegankelijk worden gemaakt via een medisch expert die verbonden is aan de zorgraad van de eerstelijnszone waar de betrokken stad of gemeente onder valt. Die 60 zones in Vlaanderen en Brussel moeten het werk van lokale besturen en zorg- en hulpverleners beter op elkaar afstemmen. De organisatie van de eerstelijnszorg per werkgebied is in handen van een speciaal daarvoor opgerichte vzw, een zogenaamde zorgraad.

De medische experten die de individuele gegevens van coronapatiënten toegankelijk moeten maken, moeten in de verschillende zorgraden wel nog worden aangesteld. Minister Beke wijst erop dat deze manier van werken zal garanderen dat het beroepsgeheim en de patiëntenrechten worden gerespecteerd.

Contactopsporing

En dan zijn er de drie manieren waarop lokale initiatieven en het centrale systeem van contactopsporing elkaar kunnen versterken.

De eerste manier gaat over de opvolging van de maatregelen. Lokale besturen focussen daarbij op sensibilisering en handhaving van de coronamaatregelen, het belang van meewerken met contactopsporing en het volgen van de quarantaineregels, aldus het kabinet-Beke.

Maar lokale besturen kunnen dus meer doen. Ze mogen zelf een rol opnemen in uitbraakbeheersing en werken daarbij mee aan de centrale contactopsporing - vooral om na te gaan of er bepaalde clusters of besmettingshaarden bestaan.

Maar het belangrijkste is dat lokale besturen ook zelf een autonoom contactopsporingssysteem mogen opzetten. ‘Dit is gekoppeld aan enkele specifieke voorwaarden m.b.t. vertrouwelijkheid, aansprakelijkheid en garantie op het invoeren van gegevens in het centrale systeem’, aldus het kabinet van Wouter Beke.

De hele werking van dit systeem zal na één maand geëvalueerd worden.

Beke herhaalt overigens dat de cijfers van de contactopsporing verbeterd zijn, sinds een aantal verbeteringen aan het systeem van de centrale contactopsporing werden aangebracht. Zo wordt vandaag bijna 75 procent van de besmette patiënten benaderd binnen 24 uur. 95% van de gevallen wordt afgehandeld binnen de drie dagen. Het gaat dan over mensen waar bijvoorbeeld telefonische contactname niet lukt, en field agents op het terrein langsgaan.

Morgen gaan minister Beke en zijn collega Bart Somers (Open VLD, bevoegd voor lokale besturen) een en ander toelichten aan de steden en gemeenten.