Olivia de Havilland, een van de laatste sterren van het Gouden Tijdperk in Hollywood, is overleden. Ze werd 104.

Haar filmcarrière overspande meer dan vijftig jaar, en ze was de laatste overlevende acteur van de film ‘Gone with the wind’ uit 1939. Daarvoor kreeg ze een van haar vijf Oscarnominaties.

In het leven en de carrière van de Havilland duiken steevast dezelfde namen op: regisseur Michael Curtiz, acteur Errol Flynn, boezemvriendin Bette Davis en zus Joan Fontaine, met wie haar relatie een leven lang problematisch was en gekenmerkt werd door rivaliteit.

Haar filmdebuut maakte ze in 1935 in de Shakespeare-adaptatie ‘A Midsummernight’s Dream’, geregisseerd door theatermaker Max Reinhardt. Die was het die de jonge Olivia van de planken naar de spotlights bracht. Datzelfde jaar betekende de film ‘Captain Blood’ van Michael Curtiz haar doorbraak, waar ze acteerde naast de toen nog onbekende Errol Flynn. Uiteindelijk speelde het filmpaar Flynn-de Havilland in acht films.

Voor haar rol in het periodedrama ‘The Heiress’ (1949) van William Wyler won de Havilland de Oscar voor beste actrice. Dat was, na haar rol in ‘To each his own’, haar tweede, en laatste, beeldje.

Sinds de jaren zestig woonde ze in Parijs. Daar is ze overleden.