Wat staat nu eigenlijk in het wetsvoorstel over abortus?
Themabeeld. Foto: Getty Images/Tetra images RF

Het abortusdossier heeft de federale formatie nóg moeilijker gemaakt dan die al was. Maar wat staat nu eigenlijk in het wetsvoorstel waartegen CD&V, N-VA en Vlaams Belang zich zo fel verzetten?

Het was een grote meerderheid in de Kamer die medio november 2019 elkaar vond rond het voorstel om de abortuswet aan te passen. Socialisten, ­liberalen, groenen, communisten en het Franstalige DéFi kwamen overeen om de bestaande wet niet alleen te versoepelen. Zwangerschapsonderbreking zou voortaan ook uit het strafrecht worden gehaald.

Om te beginnen zou de termijn waarop vrouwen een abortus mogen laten uitvoeren uitgebreid worden naar 18 weken. Verantwoordelijken van abortuscentra stelden tijdens hoorzittingen dat de huidige termijn van twaalf weken te kort was (hoewel 97 procent van de abortussen binnen die termijn wordt uitgevoerd). Zij stelden 18 weken als compromis voor. Kamerlid Sofie Merckx (PVDA), een van de drijvende krachten achter het voorstel, vindt dat de termijn ver genoeg afstaat van de 23 tot 24 weken waarna een foetus levens­vatbaar is. Door die huidige twaalf weken trekken ieder jaar tot 500 vrouwen naar Nederland. Daar geldt een termijn tot 22 weken.

Verder verlaagt het voorstel de bedenktijd tussen de eerste afspraak en de ingreep zelf tot 48 uur. Momenteel legt de wet die bedenktijd op zes dagen. Hij moet de vrouw toelaten om na het eerste, ‘psychosociale gesprek’ eventueel oplossingen te zoeken om de zwangerschap toch in stand te houden. Onderzoek wijst uit dat de periode als te lang en te betuttelend wordt ervaren. De indieners van het compromis beklemtonen dat de vrouw in alle vrijheid zelf moet kunnen beslissen.

Het voorstel stelt verder expliciet dat elke zorgverlener zou kunnen weigeren om een zwangerschapsafbreking uit te voeren. Wel moet de geraadpleegde arts in dat geval de betrokken vrouw doorverwijzen.

Niet meer strafbaar

Ten slotte zou abortus ook volledig uit het strafrecht worden gehaald. In 2018 keurde de Kamer al een aangepaste wet goed, maar abortus bleef in bepaalde gevallen strafbaar. De Abortuswet van 2018 behield zo identiek dezelfde strafsancties zoals ingevoerd in 1990 voor vrouwen en derden die een zwangerschap (laten) afbreken buiten de wettelijke voorwaarden.

Het nieuwe compromis zou dat van tafel vegen en maakt van abortus een ‘volledig medische handeling’. Vrouwen zouden daardoor niet langer strafrechtelijk kunnen worden vervolgd wanneer ze buiten de toegestane termijn een abortus laten uitvoeren. Artsen kunnen op deontologisch, burgerlijk of strafrechtelijk vlak (slagen en verwondingen) wel nog worden vervolgd.

Wie een vrouw fysiek verhindert om een abortuscentrum te betreden of foute informatie verspreidt opdat de abortus niet zou doorgaan, zou ten slotte een gevangenisstraf tot een jaar riskeren.