Getuigenissen coronacrisis in woonzorgcentra: ‘Heel even wou ik hem bijna zelf uit zijn lijden verlossen’
Zowel personeel als bewoners en familie getuigen in het rapport. Foto: ies

Een rapport dat de Vlaamse Ombudsdienst opstelde, schetst op een onthutsende manier het leed dat zich de voorbije maanden tijdens de coronacrisis afspeelde in de verschillende woonzorgcentra. 45 anonieme getuigen vertellen er over vaak zeer schrijnende situaties.

Het rapport werd opgesteld als voorbereiding op een themadebat rond de ‘Evaluatie en Verdere Uitvoering van het Vlaamse Coronabeleid’ en laat 45 ‘stille stemmen’ aan het woord. Het zijn stuk voor stuk verhalen van soms ijzingwekkende toestanden die bewoners, familieleden, personeel en directeurs zagen of zelf meemaakten.

‘Het was verschrikkelijk om te zien hoe één bewoner met corona aan het lijden was en naar adem hapte’, vertelt een medewerker. ‘Heel even wou ik hem bijna zelf uit zijn lijden verlossen en een kussen op zijn hoofd leggen. Er was niets anders dat we konden doen. Je bent machteloos.’

‘Er is geen bezoek meer bij de bewoner kunnen komen, behalve toen de palliatieve sedatie gebeurde: twee personen mochten een half uur blijven, maar dan nog was de bewoner niet overleden’, vertelt een andere zorgkundige. ‘Op dat moment lag er al een lijkzak onder, zodat die snel kon toegeritst worden zonder verdere besmetting te riskeren. De bewoner wist dat ze alleen en stervende was en ze voelde zich ook heel alleen. Dat was voor mij een heel moeilijk moment.’

Maar ook het gebrek aan personeel komt duidelijk naar boven. Het volgende vertelden twee verschillende vrijwilligers. ‘Er was een bewoner die op de grond was gevallen en daar een uur heeft moeten liggen, omdat de persoon die op dienst was hem niet alleen opgetild kreeg. Ze heeft dus de hulpdiensten moeten bellen om die bewoner terug in zijn bed te krijgen.’ ‘Een bewoonster zat in haar onderbroek te huilen op de gang. Haar arm lag in het gips. “Ik wacht al zo lang tot iemand me helpt aankleden. Er is hier niemand die tijd heeft en het is bijna middageten.” Ik kwam duidelijk als geroepen.’

De woonzorgcentra waren bang om een slechte naam te krijgen, blijkt uit de getuigenissen. ‘We mochten tegen de buitenwereld niet zeggen of er besmettingen waren’, zegt een verzorgende. Een andere verzorgende vertelt iets gelijkaardigs: ‘Om paniek te vermijden, hebben we in het begin alleen de familie van besmette personen verwittigd.’ Familieleden reageren begripvol in het rapport, maar zijn bezorgd om wat er zich achter gesloten deuren heeft afgespeeld.

‘Groendienst had beter gerief’

In het begin van de coronacrisis klaagden woonzorgcentra ook het gebrek aan middelen aan, blijkt ook uit de reconstructie van De Standaard(6 juni). Ook in het rapport gebeurt dat. ‘Het was chaos, we werkten met dezelfde kleren bij besmette en niet-besmette mensen’, zegt een technisch medewerker. ‘Wij werkten gewoon met onze eigen kleren van thuis. Wat ik ook niet begrijp, is dat wij in een periode waarin er een verbod was op al het niet-essentieel bezoek in rusthuizen, wel gewoon gangen aan het schilderen waren. Zeg nu zelf, is dat essentieel?’

‘Ik ben heel bang geweest, ook in verband met het beschermingsmateriaal’, aldus een verzorgende. ‘De pakjes voelen weinig kwaliteitsvol aan, zeker in vergelijking met wat ze in het ziekenhuis dragen. Ik zag op tv dat de groendienst beter gerief heeft om rupsen te bestrijden, dan wij voor covid-19.’ ‘Ik draag een bril, dus ik kreeg geen veiligheidsbril, want ik had al een bril’, klinkt het bij nog een ander personeelslid.

Een diensthoofd zegt in het rapport te overwegen om te stoppen met de job. ‘Omdat ik de middelen niet krijg om goede zorg te verlenen zoals ik het zie.’ Verder in het rapport vertellen de getuigen over de emoties die ze ervoeren, van onmacht en woede tot angst, verdriet en schuldgevoel. Bij familieleden weegt het vooral zwaar dat ze de bewoners niet konden aanraken. ‘Dit is geen contact. Dit is een keer mogen zien. Dat is anders.’

In het rapport benadrukt de Ombudsdienst dat ze bewust de stemmen ‘eerder rauw en onversneden’ aan het woord laten. ‘Bewust anders dan de Vlaamse Ombudsdienst dat gewoonlijk doet. Er was dus geen klachtonderzoek, waarheidsvinding of het organiseren van woord en wederwoord. De stemmen klinken hier vandaag zonder vingerwijzing en zonder individuele verantwoordelijkheden te willen vastleggen, maar wel als naakte getuigenis, met het oog op beter voor de dag van morgen.’