België moet uitstoot ammoniak aanpakken
De landbouw is de belangrijkste bron van ammoniak. Foto: een injecteermachine om mest uit te rijden. Foto: Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Europa vraagt België extra inspanningen om de ammoniak in de lucht terug te dringen. Voor andere luchtvervuilende stoffen zitten we op koers.

België moet bijkomende maat­regelen nemen om de uitstoot van ammoniak (NH3) tegen 2030 voldoende te verminderen. Dat heeft de Europese Commissie vrijdag aangegeven in een eerste rapport over de nationale plannen tegen luchtvervuiling.

Vier jaar geleden trad een richtlijn in werking die de lidstaten doelstellingen oplegt voor de vermindering van de uitstoot van vijf verontreinigende stoffen: stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische stoffen, zwaveldioxide (SO2), ammoniak (NH3) en fijn stof.

De Europese Commissie maakt zich sterk dat een volledige uitvoering van de richtlijn de schadelijke impact van luchtvervuiling op de gezondheid tegen 2030 met bijna de helft kan verminderen. Maar een eerste analyse maakt duidelijk dat zowat alle lidstaten nog veel werk voor de boeg hebben.

België krijgt in het algemeen een goed rapport. Ons land zit voor alle doelstellingen op koers, behalve dus voor ammoniak. Daarvoor zijn bijkomende inspanningen ­nodig, net als in vele andere lid­staten. Het terugdringen van de ammoniakuitstoot in de landbouw wordt in heel Europa de grootste uitdaging, concludeert de Euro­pese Commissie.

Verzurende neerslag

België moet tegen 2030 de uitstoot van ammoniak met 13 procent verminderen in vergelijking met het referentiejaar 2005. Landbouw, en dan vooral de intensieve veeteelt, is de belangrijkste bron van ammoniak. In 2017 was de landbouw ­verantwoordelijk voor 95 procent van de totale ammoniakuitstoot in Vlaanderen.

De uitstoot daalde volgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) tussen 2000 en 2007, maar bleef nadien stabiel. Ammoniak werkt de vorming van fijn stof in de hand en veroorzaakt verzurende neerslag in de natuur.

De emissie van stikstofoxiden moet met 59 procent omlaag, die van zwaveldioxide met 66 procent, van fijn stof met 39 procent en van vluchtige organische stoffen met 35 procent.