camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Wie gelooft die wetenschappers nog?

Nooit eerder waren de nieuwste wetenschappelijke inzichten zo belangrijk voor ons, nog nooit hingen we zo aan de lippen van vorsers. Maar haast- en vliegwerk leidde tot blunders. ‘Nu komen problemen van de wetenschap naar boven die al lang bestaan.’

Door Maxie Eckert

Illustraties Johan Dockx

maandag 22 juni 2020 om 3.25 uur

Of zijn vader overleden is omdat artsen hem hydroxychloroquine hebben gegeven, wil Lieven Huybregts niet gezegd hebben. Maar het middel heeft zijn vader Fernand (75), die eind maart met ­covid-19 opgenomen werd in het ziekenhuis en in een kunstmatige coma werd gebracht, zeker geen goed gedaan. ‘Hij moest worden gereanimeerd na een hartstilstand. “Blijkbaar heeft uw vader Plaquenil niet goed verdragen”, zei de arts tegen me.’

‘Ik dacht: Plaquenil, dat is toch de merknaam van hydroxychloroquine. Omdat ik in mijn werk zelf experimentele studies in onder andere Afrika opzet, had ik al veel over dat oude malariamiddel ge­lezen. Een Franse studie wees zogezegd op positieve effecten voor ­covid-19-patiënten, maar al midden maart was duidelijk dat de studie waar iedereen over sprak, rammelde.’

‘Aan mijn vader hebben de artsen het als laatste redmiddel gegeven. Ik neem ze niks kwalijk. Maar hij was al erg fragiel en door de reanimatie heeft hij extra kwetsuren opgelopen.’

Hydroxychloroquinemanie

In de periode waarin de vader van Lieven Huybregts in het ziekenhuis lag, verkeerde de wereld in wat je een manie zou kunnen noemen. Vandaag is alle hoop vervlogen dat hydroxychloroquine iets voor gehospitaliseerde covid-19-patiënten kan betekenen. Maar de hydroxychloroquinemanie en zelfs het ontwaken uit die manie leren ons een les over hoe wetenschappelijk onderzoek niet moet gebeuren: slordig, met twijfelachtige data en zonder degelijke kwaliteitscontrole vóór de publicatie in vaktijdschriften. En dus rijst de vraag of we wel elk woord van wetenschappers voor waar mogen aannemen. Hoe serieus is het haast- en vliegwerk in de labs in deze coronacrisis? Verkeert de wetenschap in een crisis?

Het verhaal van hydroxychloroquine is lang niet de enige wetenschappelijke blunder in deze ­coronacrisis (zie hiernaast). Maar het verhaal is wel het toonbeeld van wat slechte wetenschap teweeg kan brengen, tot op het hoogste ­niveau. Donald Trump promootte het middel midden maart op Twitter (en verklaarde later ook dat hij het zelf nam om covid-19 te voorkomen). Emmanuel Macron ging in april op bezoek bij Didier Raoult, de verantwoordelijke onderzoeker achter de eerste Franse studie (ondanks de grote twijfels over de werkwijze van Raoult). India beperkte tot voor kort de uitvoer ­wegens de internationale rush op hydroxychloroquine (om zelf genoeg van het middel te houden).

‘Er zou een coolingdown-periode van enkele dagen moeten zijn vooraleer wetenschappers met hun nieuwste bevindingen naar de pers stappen’ Will Fithian  Professor statistiek Berkeley

Maar vooral: in allerijl werd ­hydroxychloroquine opgenomen in grote klinische studies, waaronder de internationale ‘Solidarity trial’ van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Ook in ons land namen duizenden patiënten deel aan een studie met hydroxychloroquine (DS 15 juni). Daarnaast mochten artsen het middel overwegen als allerlaatste redmiddel voor zeer zieke covid-19-patiënten, zoals de vader van Lieven Huybregts.

Koffie en chocolade

De vergissingen bij het onderzoek naar hydroxychloroquine openen sommigen misschien de ogen over wat er misloopt in de wetenschap, maar de problemen zijn niet nieuw, zegt Ivan Oransky. Hij is een van de invloedrijkste toezichthouders op de wetenschap. Op de blog Retraction Watch vertellen hij en zijn collega’s waar de wetenschap de mist in gaat.

‘Het gevaar is dat iedereen nu denkt: wat er met hydroxychloroquine is gebeurd, is uitzonderlijk’, zegt Ivan Oransky. ‘Maar elk jaar worden 1.500 wetenschappelijke papers teruggetrokken omdat er iets loos is. In deze crisis worden de problemen gewoon zichtbaar voor iedereen.’

Oransky wijst erop dat het probleem veel ruimer is dan slordig­heden door wetenschappers. Volgens hem is er ook een groot misverstand rond wat een wetenschappelijke studie überhaupt kan betekenen. Wij moeten allemaal afstappen van de illusie dat één enkele studie ons dé waarheid over een kwestie zal vertellen. ‘Er is altijd bevestiging van nieuwe studies nodig. Maar op dit moment worden er op basis van één onderzoek zeer ingrijpende beslissingen genomen. Zo is het ook gegaan met hydroxychloroquine. Er waren weinig en slechte data uit Frankrijk, maar onderzoekers haastten zich om het middel te testen in klinische studies.’

‘Later verscheen er dan een grote analyse over het effect van hydroxychloroquine in het vakblad The Lancet, zogezegd met data van tienduizenden patiënten. Die paper stelde dat er risico’s verbonden waren aan het middel. De WHO heeft na die ene paper beslist om de studies met hydroxychloroquine on hold te zetten. Maar de paper in The Lancet deugde niet.’

De WHO heeft haar studie vervolgens hervat. Pas vorige week heeft ze alle onderzoeken met ­hydroxychloroquine definitief stopgezet (DS 19 juni). Oransky vergelijkt het met een whiplash, waarbij het hoofd krachtig naar voren en naar achteren wordt geslingerd. Het is volgens hem zoals met al die kleine studies over koffie of chocolade: de ene week hoor je dat het wondermiddelen zijn voor het lichaam, de andere week mag je er zeker niet te veel van eten of drinken. ‘Daarover kun je zeggen: wat maakt het uit? Maar in deze crisis gaat het om leven en dood van honderdduizenden of zelfs miljoenen mensen.’

Dat kan de zenuwachtigheid en snelheid van werken verklaren. Onderzoekers willen alle pistes bewandelen om een medicijn tegen covid-19 te vinden, maar stoppen bij de eerste signalen dat een geneesmiddel ­patiënten meer kwaad dan goed doet. Oransky is kritisch. ‘Als de WHO een goede basis had gehad om een klinische studie met ­hydroxychloroquine te starten, had ze niet meteen gepauzeerd moeten worden na een eerste analyse die op risico’s wijst. Maar die stevige basis om de studie te starten, was er niet.’

Haastwerk online gooien

Dat wetenschappers te vaak geen degelijk werk leveren en te snel naar de media stappen met hun bevindingen, is in deze coronacrisis een brede bezorgdheid, ook in ons land. Professor microbiologie Herman Goossens (UZ Antwerpen) hekelde enkele weken geleden dat vorsers de nodige kwaliteitscontrole links laten liggen (DS 31 mei). De Leuvense hoogleraar virologie Johan Neyts sprak in deze krant eveneens van ‘haastwerk’ dat op het internet wordt gegooid (16 juni). ‘Ik heb de voorbije weken meermaals perscommuniqués van internationale samenwerkingen geblokkeerd omdat ik vond dat we voor onze beurt dreigden te spreken.’

Ook Elisabeth Bik vindt dat de wetenschap te snel wil gaan in deze crisis. Bik is een Nederlandse die vijftien jaar aan Stanford-universiteit heeft gewerkt en die zich vandaag toelegt op het opsporen van wetenschapsfraude. Met de screening van frauduleuze onderzoeks­papers heeft ze internationale faam verworven. ‘Goede wetenschap heeft tijd nodig. Je moet kunnen nadenken over hoe je data juist analyseert en welke statistische tests daarvoor nodig zijn, zeker als de data complex zijn en niet helemaal eenduidig.’

Bik raakt een gevoelig punt aan: de statistiek. In deze coronacrisis zijn al heel wat onderzoekers over gebrekkige statistische analyses gestruikeld. De studie over de virale lading van kinderen, uit de stal van de Duitse topviroloog Christian Drosten, is maar één voorbeeld (DS 27 mei).

Will Fithian, professor statistiek aan Berkeley, is een van de personen die in deze crisis actief en kritisch naar de statistiek achter invloedrijke papers kijkt. Via Twitter uit hij zijn twijfels over nieuwe studies en gaat hij erover in discussie met auteurs en collega’s. ‘Maar eens de pers breed over een nieuwe studie bericht, blijven media ernaar verwijzen. Ook al is de studie in twijfel getrokken, bijvoorbeeld door de gehanteerde statistiek.’

‘Degenen die de wetenschap tout court wantrouwen, beleven de dagen van hun leven. Nu kunnen ze zeggen: zie je wel’ Ivan Oransky  Wetenschappelijk toezichthouder

Onderzoekers zouden hun manuscripten eerst naar collega’s moeten sturen voor feedback, vindt Fithian. ‘Er zou ook een ­coolingdown-periode van enkele dagen moeten zijn vooraleer wetenschappers met hun nieuwste bevindingen naar de pers stappen.’

Het draait om ego’s

Er is al wel langer iets mis met hoe wetenschappers elkaars werk controleren, merken Fithian en ook Bik op. In de ‘peer review’ houden deskundige wetenschappers (de ‘peers’) een ingestuurd manuscript vóór de publicatie kritisch tegen het licht. Met de vragen en opmerkingen uit die ‘review’ moet de auteur van het manuscript aan de slag gaan. Bik: ‘Over de Franse hydroxychloroquinestudie, bijvoorbeeld, had een goede peer ­reviewer veel kritische vragen moeten stellen. Maar de hele kwaliteitscontrole is in een dag verlopen. Dat lijkt me te weinig tijd om meerdere goede peer reviewers te vinden en ze de paper kritisch te laten lezen. In deze tijden, waarin alle covid-19-experts het al druk hebben met hun eigen corona-onderzoek én ze hun werk mogelijk combineren met kinderopvang, is 24 uur te kort voor een grondige peer review.’

Bik zegt dat onderzoekers en vaktijdschriften er in deze crisis veel voor over hebben om als eerste belangrijke resultaten over het nieuwe coronacrisis te publiceren. ‘Er zijn veel onderzoekers die een paper over corona op hun cv willen hebben. En vaktijdschriften willen de kleppers binnenhalen, dus studies die erna vaak geciteerd worden door andere onderzoekers. Ja, het draait ook om ego’s.’

Klimaatdebat

Bik en Oransky vrezen dat de wetenschap in de publieke opinie een fameuze deuk krijgt. ‘Degenen die de wetenschap tout court wantrouwen, beleven de dagen van hun leven’, aldus Oransky. ‘Nu kunnen ze zeggen: zie je wel.’ De geloofwaardigheid van de wetenschap wordt al zo vaak in twijfel getrokken, zegt Bik. ‘Ik vrees dat de positie van wetenschappers, bijvoorbeeld in het klimaatdebat, nog moeilijker wordt.’

Volgens statisticus Fithian is de enige remedie meer transparantie, en ja, ook meer publieke kritiek op elkaars werk. ‘Je zou kunnen zeggen dat we daarmee de vuile was buiten hangen. Maar vertrouwen in de wetenschap win je alleen met een geloofwaardig proces. Het publiek mag zien dat papers kritiek hebben moeten doorstaan vooraleer ze in vaktijdschriften verschijnen. Als mensen wetenschap écht niet vertrouwen, is dat volgens mij vooral te wijten aan de indruk dat wetenschappers in koor spreken. Om zogezegd iets te verbergen.’

En heeft het vertrouwen in de wetenschap van Lieven Huybregts, die zijn vader begin april aan covid-19 verloor, een deuk gekregen? ‘Ik heb me heel kwaad gemaakt over de Franse studie en hoe slecht het experiment met hydroxychloroquine daar is uitgevoerd. Maar wie zegt dat mijn vader het wel had ­gehaald als de hype rond hydroxychloroquine was uitgebleven? Laten we niet vergeten dat er in deze crisis ook zeer veel onderzoek gebeurt dat wel deugt.’

 

Sars-CoV-2 en het hiv-genoom

Is het nieuwe coronavirus in een Chinees lab gefabriceerd? Al eind januari deden zulke ­vermoedens de ronde.

Online ­verscheen een manuscript dat in die richting wees. De studie ­besprak gelijkenissen tussen het nieuwe coronavirus en hiv. Die gelijkenissen konden geen toeval zijn, klonk het. Via Twitter ­merkten anderen op dat de ­onderzoekers overhaast te werk waren gegaan en dat de ­bevindingen wél op toeval ­berustten. Een paar dagen later werd het manuscript terug­getrokken. (mec)

 

De ‘gevaarlijke’ lucht achter joggers

In april joeg een simulatie van onderzoekers aan de Technische Universiteit Eindhoven en de KU Leuven de internationale media, joggers, fietsers en wandelaars de daver op het lijf. De animatie toonde hoe uitgeademde druppels van sporters zich in hun kielzog verspreidden. ‘Naast ­elkaar lopen is veilig. Achter ­elkaar lopen is minder veilig’, klonk het.

In het magazine ‘Vice’, dat de ‘studie’ onder de loep nam, zegt de Harvard-epidemioloog ­William Hanage dat zijn ‘bloed ervan kookt’, als de onderzoekers beweren dat ze met de ­simulatie wilden bijdragen tot de strijd tegen covid-19. Zijn kritiek: de simulatie toont niets aan over het effectieve risico op een ­infectie als je achter een ­besmette jogger loopt. (mec)

 

Valspositieve resultaten van tests

Het lukte de Amerikaanse ­overheid in het begin van de ­coronapandemie niet om goede tests voor het sars-CoV-2-virus te ­ontwikkelen en op te schalen.

Maar de VS wilden geen ­buitenlandse tests invoeren, want, klonk het midden maart bij het Amerikaans genees­middelenagentschap FDA, buitenlandse tests zouden volgens een studie 47 procent valspostieve test­resultaten opleveren. ‘Als je een positieve test hebt, kan je dus een munt opgooien om te achterhalen of je het virus echt hebt of niet.’

De studie was evenwel al begin maart teruggetrokken. (mec)

De podcasts van De Standaard