Nog geen tien procent van gezondheidswerkers heeft antistoffen tegen sars-CoV-2
Foto: Photo News

Begin mei had 8,4 procent van de gezondheidswerkers in Belgische ziekenhuizen antilichamen tegen sars-CoV-2. Of dat (veel) meer is dan bij de rest van de bevolking, is onduidelijk.

Tussen 6 en 10 mei zijn bij 785 verpleegkundigen, artsen en andere zorgwerkers bloedstalen afgenomen. Het ging zowel om personeel op covid-afdelingen als op niet-covid-afdelingen. Wie eerder al positief testte, kon ook meegenomen worden in het onderzoek.

De resultaten van het onderzoek van Sciensano en het Instituut voor Tropische Geneeskunde geven aan dat 8,7 procent antilichamen heeft. De infecties vonden minstens twee weken voor de bloedafname plaats. Het duurt twee weken na de besmetting voor je antistoffen in het bloed van een patiënt kan meten. Opvallend: 90 procent van wie antilichamen heeft, gaf in de studie aan minstens één symptoom van het nieuwe coronavirus te hebben opgemerkt.

Of meer mensen in de zorgsector antistoffen hebben opgebouwd, en dus besmet zijn geraakt, is moeilijk te zeggen op basis van deze studie. Sciensano zelf beweert van wel. De meest recente studie naar antistoffen bij de hele bevolking van Sciensano, in samenwerking met het Rode Kruis, zegt dat 4,7 procent van de bevolking antistoffen heeft. Het gaat om bloedafname van 11 tot 13 mei. Maar de bloedstalen in die studie komen van bloeddonoren, een gezonde populatie van ‘voorbeeldige burgers’. Volgens deze studie zou vier weken lang haast geen evolutie zijn in het aandeel burgers met antistoffen.

De Universiteit Antwerpen deed onder leiding van de professoren epidemiologie Heidi Theeten en Pierre Van Damme ook al tweemaal onderzoek naar antistoffen tegen het coronavirus bij de totale bevolking. Zij maken gebruik van bloedstalen die om allerlei redenen werden afgenomen bij een arts, zonder een specifieke link met een corona-infectie. Tussen eind maart en 20 april sprong het aandeel Belgen met antistoffen tegen sars-CoV-2 van 3 naar 6 procent, tijdens de lockdown dus. Deze studie suggereert dat ook tijdens de lockdown het aandeel bij de bevolking mét antilichamen verder zou gestegen zijn.

De aanwezigheid van antilichamen zegt nog niet meteen iets over eventuele bescherming bij een volgende blootstelling aan sars-CoV-2.