Gouverneur Decaluwé vreest stormloop naar de kust: ‘We zetten onze zomer op de helling’
In Oostende is alles al in gereedheid gebracht voor de strandgangers. Foto: Foto Kurt

Blijf in het Hemelvaartweekend weg van de kust. Dat is de boodschap van gouverneur Carl Decaluwé in Het Laatste Nieuws. Decaluwé vreest dat ook tweedeverblijvers vandaag toestemming krijgen om af te zakken. ‘Als die alle 200.000 komen, kan dat problemen geven’, verklaarde hij in ‘De Ochtend’ op Radio 1.

‘Het wordt goed weer en op topdagen kunnen we in normale omstandigheden dan honderdduizenden mensen ontvangen aan de kust, maar daar zitten we nu niet in’, waarschuwt gouverneur Decaluwé in De Ochtend op Radio 1. ‘Op de dijk is het niet envoudig om social distancing toe te passen.’ 

Volgens de West-Vlaamse gouverneur kunnen mensen die komen, wettelijk ook niet meer worden tegengehouden: ‘Als ik het ministerieel besluit sensu stricto lees, kunnen joggers en wandelaars de wagen nemen en ergens gaan wandelen.’

Mogen ook tweedeverblijvers komen?

‘Ik hoor ook dat er (vandaag) een ministerieel besluit gaat gepubliceerd worden dat tweedeverblijvers ook mogen komen’, aldus Decaluwé. ‘Goed nieuws, maar als dat al vanaf morgen zal zijn, weten we dat er mogelijk tot 200.000 tweedeverblijvers naar de kust kunnen komen. Er is geen café of restaurant open. Dat kan tot problemen leiden.’

Decaluwé vraagt tijd om alles georganiseerd te krijgen. ‘Op topdagen kunnen er in Oostende 40.000 tot 50.000 mensen op de dijk wandelen, met social distancing zijn dat er nog 8.000. Men moet zich daarop kunnen organiseren, en ik denk niet dat dat nu nog kan gebeuren. Iedereen ging ervan uit dat de volgende fase pas op 8 juni zou zijn.’

Decaluwé had zelf nog geen contact over de kwestie met de Veiligheidsraad: ‘Officieel weet ik van niets. Dat is ook vervelend om de politie en de kustburgemeesters te verwittigen.’

‘Mijn enige bekommernis is dat de mensen veilig naar de kust kunnen komen, vanuit de volksgezondheid’, aldus de gouverneur nog. ‘Mijn collega’s in Namen en Luxemburg zeggen hetzelfde, als daar plots alle campings in één keer worden geopend, groeien dorpen van 1.000 naar 5.000 à 6.000 mensen, en er is niets open. Als we het nu ongeordend loslaten en iedereen gaat naar dezelfde punten, dan zetten we onze zomer misschien op de helling.’