'Allergisch reageren op documenten vanuit “Rome” ligt in het ‘Verlichte Vlaanderen’ goed in de markt'
René Stockman Foto: belga
In een opiniestuk antwoordt René Stockman, generaal-overste van de Broeders van Liefde in Rome, op de kritiek van enkele artsen op zijn artikel 'Gender, een gevaarlijke dwaling’.

Vooraf

In het recentste nummer van Acta Medica Catholica, het tijdschrift van de Belgische Artsenvereniging Sint-Lucas, verscheen een artikel met als titel ‘Gender, een gevaarlijke dwaling’. Het stuk is van de hand van broeder René Stockman, generaal-overste van de Broeders van Liefde in Rome. In zijn tekst trekt hij hard van leer tegen wat hij de ‘genderideologie’ noemt.

‘De wereld is in de greep gekomen van een ideologie die een uitvloeisel is van ’s mensen droom om zich absoluut vrij te kunnen gedragen. (...) Ieder zou vanaf nu zelf kunnen bepalen voor welk geslacht hij of zij kiest, los van de biologische kenmerken, en indien nodig en wenselijk deze lichamelijk-biologische kenmerken daaraan laten aanpassen. Ook maatschappelijk eist men erkenning van deze genderidentiteit boven de biologische identiteit waarmee men geboren is.’

De reactie liet niet lang op zich wachten. ‘Ik viel van mijn stoel toen ik dit las’, zegt Piet Hoebeke, uroloog en auteur van Gender in de blender, een boek over seksuele identiteit. Samen met collega-artsen als Petra De Sutter, Marleen Temmerman en Guy T’Sjoen publiceerde hij vrijdag een ‘open brief aan gender-ontkenners’. ‘Het is beangstigend hoe wereldvreemd deze broeder is. Dat er mensen zijn die niet voldoen aan de door God gewilde tweeledigheid van mannen en vrouwen, doet er niet toe. Scholen oproepen om zo’n beleidslijn toe te passen, is ronduit gevaarlijk.’

Een artikel over het meningsverschil leest u hier. In dit onderstaand opiniestuk antwoordt broeder Stockman op de kritiek.

 

Wanneer men een brief ontvangt, zij het een open brief, dan vraagt de beleefdheid dat men op zijn minst de ontvangst van deze brief meldt.

Een groep professoren van de Universiteit Gent achtte het nodig te reageren op een artikel dat gepubliceerd werd in “Acta Medica Catholica” en waarvan ik de auteur ben.  Ik neem dan ook zoals steeds de verantwoordelijkheid voor wat ik schrijf.

In het artikel gaf ik een schets van de evolutie in het denken over “gender” en dat op basis van de rapporten van de verschillende VN-conferenties die daaraan gewijd waren.  Dat zijn objectieve gegevens die kunnen worden geverifieerd.  Wanneer ik daarbij een aantal bedenkingen formuleer is dat overigens mijn fundamenteel recht als elke burger in een democratische en pluralistische samenleving.  Het gaat hier immers over een nooit eerder geziene revolutie op antropologisch vlak die -via allerhande campagnes in de samenleving en media - de eeuwenoude principes van onze samenleving ondermijnen. Hiertegenover geen andere en kritische visie mogen formuleren getuigt van een gevaarlijk totalitair denken, juist door die profeten van het ‘vrije’ denken.   Dit als ‘waanzin’ formuleren getuigt van grove en laakbare intolerantie en doet ons eerder denken aan regimes waar personen met andere overtuigingen afwijkend van de staatsideologie dienen te worden heropgevoed of geïnterneerd in een psychiatrische instelling als ‘waanzinnigen’ die een gevaar zijn voor zichzelf of voor de samenleving. Van zgn. intellectuelen zou men een andere houding mogen verwachten.  Zo kunnen we nog maar eens vaststellen dat de begrippen zelfbeschikking en autonomie, waar in de brief ook wordt naar gewezen, wel héél eenzijdig worden ingevuld.  Zelfbeschikking die men zo graag absoluut ingevuld ziet geldt blijkbaar niet  voor hen die ook vanuit hun zelfbeschikking, maar dan niet absoluut ingevuld, er een andere mening op nahouden.  Aan hen wordt de zelfbeschikking, de autonomie en zelfs de vrijheid van meningsuiting ontnomen.

In het tweede deel van mijn artikel gaf ik de antropologische visie weer van de Katholieke Kerk evenals de recente visietektst van de Kerk over de gender-ideologie.  De objectieve elementen die ik aanbracht kunnen worden gelezen in de vele kerkelijke documenten die daarover werden gepubliceerd. De verwijzing ernaar vindt men terug in de bibliografie van mijn artikel.   Persoonlijk zie ik op dit vlak ook een opdracht weggelegd voor het katholiek onderwijs.  Het zou mij verwonderen dat de koepel van het Katholiek Onderwijs in Vlaanderen deze visie niet zou kennen en dat onderwijsorganisaties die zich katholiek noemen geen rekening zouden houden met dit basisdocument inzake genderideologie.

Allergisch reageren op documenten vanuit “Rome” ligt in het ‘Verlichte Vlaanderen’ goed in de markt en zou getuigen van een moderne en verlichte beschaving en mentaliteit die model kan staan voor de ganse wereld.

Dank zij mijn vele buitenlandse reizen  en contacten met ‘gewone’ mensen en ‘intellectuelen’ in de ganse wereld – jong en oud, arm en rijk, man en vrouw-  stel ik echter vast dat ethische visies die zo evident klinken in Vlaanderen en daar blijkbaar geen enkele tegenspraak meer kunnen verdragen, helemaal niet zo aanvaard worden in andere werelddelen. Het gaat hier nochtans ‘ook’ over zeer ontwikkelde beschavingen en culturen, die men moeilijk als ‘achterlijk’ kan wegzetten.  Is het geen teken van hoogmoed om geen rekening te willen houden met de zelfbeschikking, de vrijheid en de autonomie van andere culturen en hen onze Vlaams-westerse overtuigingen te willen opdringen en opleggen. Durven we nog onze eigen mentaliteit en cultuur kritisch onder de loep te nemen of leven we rustig verder in een waan en de superioriteit van het grote eigen-gelijk?  Dit leidt pas echt tot discriminatie, intolerantie en waanzin.

Ik kijk graag uit naar het boek dat mij cadeau zal worden gedaan en dat ik met veel interesse en met een open visie zal lezen.  Ik leer graag iets bij.

Br. René Stockman