België en Europa hebben nog werk aan LGBTI-welzijn
Themabeeld. Duitsland laat vanaf 2017 het homohuwelijk toe. Foto: AFP

Twee op de drie homoseksuele, lesbische, biseksuele, trans en intersekse (LGBTI) personen in België vermijden het om de hand van hun partner vast te houden in het openbaar. Dat blijkt uit een enquête van het Europees Bureau voor de Grondrechten (FRA). Het bureau benadrukt dat er nog een ‘lange weg naar gelijkheid’ is af te leggen.

In de Rainbow Europe Index, de jaarlijkse evaluatie van wetgeving en beleid in holebi-, transgender- en intersekserechten van alle Europese landen, staat België voor het tweede jaar op de tweede plaats met 73 procent. Alleen Malta doet beter. Volgens de nieuwe enquête van het FRA zijn Belgen meer open over hun genderidentiteit en hun geaardheid (60%) dan het gemiddelde in Europa (47%).

Toch behoort België volgens de enquête niet echt tot de beste leerlingen. Zo zijn LGBTI’s hier banger om de hand van hun partner vast te houden (66 versus 60%). Vier op de tien Belgen zeggen dat ze zijn lastiggevallen in het jaar voor de survey. Ons land maakt wel deel uit van de landen waar LGBTI-mensen het meest een incident melden dat ze hebben ervaren, maar toch vermijdt 37 procent bepaalde plaatsen uit angst om te worden aangevallen, lastiggevallen of beledigd.

Voortrekkersrol

‘België moet zijn voortrekkersrol in LGBTI-rechten in Europa blijven opnemen’, zegt çavaria-woordvoerder Stijn Depoorter. ‘De cijfers tonen aan dat LGBTI-personen dagelijks blijven botsen tegen vooroordelen, ze maken discriminatie en geweld mee, en ze voelen zich daardoor minder goed in hun vel.’

‘Iedereen kan een LGBTI-bondgenoot zijn door aan te tonen dat je ons accepteert, door te reageren als je getuige bent van discriminatie van een LGBTI-persoon of door LGBTI-organisaties te steunen’, zegt Depoorter. ‘Zo zorgen we er samen voor dat België niet alleen op papier scoort met een sterk wettelijk kader voor LGBTI-rechten, maar dat het ook in de praktijk scoort met een beter welzijn en een hogere weerbaarheid bij LGBTI’s.’

Uit de enquête van het FRA blijkt dat vooral vooral trans- en intersekse mensen geviseerd worden. In 2019 voelde ongeveer 60 procent van de transmensen zich gediscrimineerd in 2019, versus 43 procent in 2012.

Weinig vooruitgang

‘De resultaten vertellen ons dat er weinig vooruitgang is geboekt in het voorbije decennium. De meerderheid van LGBTI-personen willen niet in het openbaar tonen wie ze zijn’, zegt FRA-directeur Michael O’Flaherty.

O’Flaherty roept op om de bestaande antidiscriminatiewetten beter na te leven en te verstrengen. ‘Politieke leiders moeten investeren in sterke positieve boodschappen’, zegt O’Flaherty. Het FRA wijst ook op de groeiende anti-LGBTI-bewegingen in Europa, zoals de protesten tegen prides en LGBT-vrije zones.

De Scandinavische landen, Nederland en Malta doen het heel goed in de rangschikking van het Europese bureau. In Polen, Litouwen, Servië en Noord-Macedonië is het dan weer het moeilijkst om als LGBTI-persoon te leven.

30 jaar geschrapt als geestesziekte

Met 140.000 respondenten vormt de enquête het grootste onderzoek ooit naar haatmisdrijven tegen en discriminatie van LGBTI-personen. 2.686 Belgische LGBTI’s namen deel. Het is de tweede keer dat de enquête werd uitgerold. De eerste keer was in 2012.

De resultaten werden bekendgemaakt naar aanleiding van IDAHOT deze zondag, de Internationale Dag Tegen Homofobie, Transfobie en Bifobie. Dan is het dertig jaar geleden dat de Wereldgezondheidsorganisatie homoseksualiteit schrapte als geestesziekte. Voor het tweede jaar op rij hebben alle Vlaamse steden en gemeentes aangegeven dat ze die dag de regenboogvlag zullen ophangen.