Grondwettelijk Hof houdt minimale dienstverlening bij het spoor grotendeels overeind
Foto: IMAGEGLOBE

De minimale dienstverlening bij het spoor blijft grotendeels overeind na de toetsing door het Grondwettelijk Hof.

Alleen de bepaling dat iemand die niet aan de staking deelneemt en dat niet op voorhand meldt een tuchtsanctie riskeert, wordt vernietigd.

De vakbonden waren van in het begin gekant tegen de minimale dienstverlening. Volgens hen zou zij leiden tot chaos en zou de veiligheid van de reizigers niet gegarandeerd kunnen worden op overvolle treinen. Ze zagen er ook een aanslag in op het stakingsrecht. Midden 2018 kondigden onder meer Acod Spoor, de christelijke vakbond ACV-Transcom en de spoorbond Metisp-Protect aan naar het Grondwettelijk Hof te stappen.

De wet ‘betreffende de continuïteit van de dienstverlening inzake personenvervoer per spoor in geval van staking’ verscheen in november 2017 in het Staatsblad. Eind juni 2018 werd de minimale dienstverlening dan voor het eerst in de praktijk toegepast, tijdens een 48 urenstaking van de socialistische vakbond ACOD Spoor. Een derde tot de helft van de treinen reed toen in vergelijking met een normale dag.

Concreet moeten duizenden spoorlui van de spoorwegmaatschappij NMBS en spoornetbeheerder Infrabel in de aanloop naar een staking laten weten of ze zullen werken of niet. Afhankelijk van het aantal werkwilligen werken NMBS en Infrabel een aanbod uit. Er zijn verschillende scenario’s, gaande van alleen maar treinen op de grote assen tijdens de spitsuren, tot een scenario met ook treinen in de daluren.