De ‘krabbensleuf’ werkt: wolhandkrabben trappen massaal in de val
De wolhandkrab. Foto: dvg

De Chinese wolhandkrab, een invasieve soort uit Azië, reproduceert zich zonder natuurlijke vijanden razendsnel in de Vlaamse waterwegen. De val die de Vlaamse Milieumaatschappij ontwikkelde, blijkt erg effectief in de jacht naar het dier.

De populatie wolhandkrabben is zo groot geworden, dat ze problemen veroorzaakt in heel Vlaanderen. De dieren zijn omnivoren en eten alles wat ze tegenkomen, bladafval, waterplanten en dode vissen bijvoorbeeld. Daardoor verandert de habitat voor inheemse soorten, dat heeft negatieve gevolgen voor het rivierecosysteem. Het risico op erosie is ook groter, omdat de krabben holen graven in de bodem en oevers van de rivieren.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) ontwikkelde in 2018 een val, de ‘krabbensleuf’, waarmee in 2019 716.665 wolhandkrabben gevangen werden op de Kleine Nete in Grobbendonk, goed voor 3,5 ton. De werking van de ‘krabbensleuf’ werd twee jaar onderzocht door de Universiteit Antwerpen. De onderzoekers concluderen dat de val het meest effectief is tijdens de massale lentetrek. Ze vinden de ‘krabbensleuf’ robuust, kostenefficiënt en succesvol. Er is geen gevaar voor de vissenpopulatie, want die zwemt over de val heen. De wetenschappers concluderen dat dit type val ook in andere waterlopen in Vlaanderen kwetsbare en waardevolle ecosystemen in de rivieren kan beschermen. Er werd al een tweede val opgezet in Wichelen.