België en Nederland sluiten akkoord over thuiswerkende grensarbeiders
Door de nieuwe regeling zullen grensarbeiders belast worden door het land waar ze officieel werken ondanks thuiswerk. Foto: Hollandse Hoogte / Jordi Huisman

België en Nederland hebben een akkoord gesloten om te vermijden dat grensarbeiders negatieve fiscale gevolgen ondervinden van de coronacrisis. Dat meldt minister van Financiën Alexander De Croo (Open VLD). Concreet zullen grensarbeiders die moeten thuiswerken alsnog belast worden door het land waar ze tewerkgesteld zijn.

België en Nederland hebben een belastingverdrag, wat inhoudt dat het inkomen in principe belast wordt in het land waar men tewerkgesteld is, uitzonderingen daargelaten. Door het coronavirus zijn grensarbeiders echter vaak verplicht om thuis te werken. De geldende verdragen tussen België en Nederland voorzien voor dit soort van situaties niet in een uitzondering, waardoor grensarbeiders plots niet meer belast dreigden te worden door het land waar ze werken, maar daar waar ze wonen.

Brussel en Den Haag hebben daar nu een apart akkoord over gesloten. Concreet zullen de thuiswerkdagen van grensarbeiders vanaf 11 maart tot 31 mei beschouwd worden als dagen die werden gepresteerd in het land waar men tewerkgesteld is. Daardoor blijft het werkland dus belasting heffen op het inkomen.

‘Thuiswerk ten gevolge van corona mag geen negatieve fiscale gevolgen hebben’, zegt minister van Financiën Alexander De Croo.

Frankrijk en Luxemburg

‘Ook met onze andere buurlanden zijn we in overleg om te vermijden dat grensarbeiders negatieve gevolgen ondervinden van de crisis.’ Met Frankrijk en Luxemburg zijn al afspraken gemaakt voor een soepele toepassing van de grensarbeidersregelingen.

De overeenkomst met Nederland kan indien nodig verlengd worden na 31 mei. Er zijn ook specifieke bepalingen voorzien rond de belastbaarheid van de tijdelijke werkloosheidsuitkering door corona.