Sleutelfiguur van Lewinsky-schandaal is overleden
Linda Tripp in 1998. Foto: AP

Linda Tripp, één van de sleutelfiguren van het Lewinsky-schandaal is overleden. Dat bevestigt haar advocaat Joseph Murtha.

De Amerikaanse media schrijft dat de 70-jarige Tripp aan pancreaskanker leed, maar haar advocaat gaf geen verdere uitleg.

Tripp was in 1996 werkzaam bij het Pentagon en bevriend met de nieuwe, jonge collega Monica Lewinsky. Die had als 22-jarige net stage gedaan op het Witte Huis, en tegen Tripp vertelde ze over haar verhouding met de president.

Linda Tripp nam de telefoongesprekken met Lewinsky op en overtuigde haar ook om een jurk met sperma van Clinton op te bewaren. Ze bezorgde de bewijzen aan speciaal aanklager Kenneth Starr, die een onderzoek voerde tegen de president, eerst voor mogelijke corruptie en later voor seksuele aanranding. Er kwamen hoorzittingen en daar beweerde Clinton nooit seks te hebben gehad met de jonge stagiaire. In 1999 werd de president vrijgepleit na zijn impeachment.

Linda Tripp beweerde achteraf dat ze handelde uit patriottisme. Maar in de media werd ze het symbool van een valse vriendin, een verraadster. Toch verklaarde ze in 2003 in een interview met CNN dat ze geen spijt had van haar beslissing. ‘Ik zou het opnieuw doen’.

Impeachment

Bill Clinton werd al sinds 1994 geplaagd door een financieel schandaal dat bekend staat als ‘Whitewater’. Paula Jones beschuldigde hem in dat jaar ook van seksuele aanranding. Hij wou zich als president beroepen op onschendbaarheid voor civiele zaken, maar het Supreme Court wees zijn argument af. In januari 1998, tijdens het proces Jones, zwoer Clinton onder ede dat hij nooit een affaire had met stagiair Monica Lewinsky. De affaire kwam toch aan het licht, en acht maand later, in augustus 1998, gaf hij toe dat hij een affaire had met Lewinsky.

Het Huis besliste een impeachment-onderzoek op te starten in oktober van dat jaar, met 11 aanklachten. In december werden vier ‘articles of impeachment’ goedgekeurd, voor het liegen tegen een 'grand jury', meineed, rechtsbelemmering en machtsmisbruik.

Op 19 december werd de president impeached in het Huis op basis van twee aanklachten, namelijk meineed en belemmering van de rechtsgang. Clinton weigerde af te treden, en de Senaat sprak hem vrij op 12 februari 1999. De stemming over meineed was 55 schuldig tegenover 45 onschuldig, en belemmering van rechtsgang 50 schuldig tegenover 50 onschuldig. Er werd geen tweederdemeerderheid gevonden.