Mensen stellen doktersbezoek uit bij niet-coronaklachten

Artsen meldden het al eerder, en het vierde deel van de coronastudie van de Universiteit Antwerpen bevestigt het nu ook: mensen die met andere gezondheidsproblemen dan het nieuwe coronavirus kampen, zoeken geen arts op.

Het uitstelgedrag doet zich volgens de studie, die dinsdag voor de vierde keer online is verspreid, voor bij 23 procent van de mensen met andere gezondheidsproblemen. 225.000 mensen vulden de online vragenlijst in, die door de Universiteit Antwerpen, en in samenwerking met de universiteiten van Hasselt en Leuven en de Franstalige ULB opgezet en verspreid is.

Mensen die een doktersbezoek uitstellen doen dat om drie belangrijke redenen. Meer dan de helft (52 procent) van die groep meldt dat ze momenteel niet terechtkunnen bij de arts, kinesist of tandarts. Meer dan 40 procent van hen vindt dat ze de gezondheidswerkers beter niet belasten, en bijna een kwart (23 procent) geeft aan dat ze hun vraag uitstellen uit angst voor besmetting.

Artsen en gezondheidsmedewerkers roepen al een tijd op om een doktersbezoek zeker níet uit te stellen. ‘We zouden de mensen die niet-coronagerelateerde ziektes of aandoeningen hebben, willen vragen om contact op te nemen met de huisarts, en wanneer het dringend is naar de spoeddienst van een ziekenhuis te gaan’, zei Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro, vorige week nog. ‘We merken een sterke daling in de cijfers van mensen die normaal moeten langsgaan bij de arts maar daar wegblijven, wellicht uit vrees dat ze besmet zullen worden wanneer ze naar de dokter of het ziekenhuis gaan.’

Een soortgelijke oproep werd ook al gelanceerd op de dagelijkse persconferentie van het crisiscentrum en de FOD Volksgezondheid. Ook het artsensyndicaat BVAS waarschuwde voor het uitstel van niet-dringende consultaties.

Toch zoen of hand

‘Social distancing’ is inmiddels goed ingeburgerd, blijkt ook uit de bevraging. 95 procent van de mensen mét huisgenoten gaven al wekenlang geen hand of zoen aan niet-huisgenoten. Opvallend: dat getal ligt ietsje lager bij alleenwonenden (90 procent). Toch gaven nog 2,5 procent van de respondenten aan dat ze op 7 april (de dag van de bevraging) toch nog een hand of zoen hadden gegeven aan iemand met wie ze niet onder één dak wonen.